Kruidenbestand
Mariadistel
Silybum marianum
Familie Asteraceae
"Silybum" is afgeleid van het Griekse "silybon" of "silymbron", een naam die Dioscorides gebruikte voor een distelachtige plant. De exacte etymologische herkomst is onduidelijk maar verwijst in elk geval naar de distelachtige groeiwijze van de plant. "Marianum" is afgeleid van "Maria", een verwijzing naar de witte vlekken op de bladeren die in de christelijke volkstraditie werden verklaard als druppels moedermelk...
Naam en etymologie
“Silybum” is afgeleid van het Griekse “silybon” of “silymbron”, een naam die Dioscorides gebruikte voor een distelachtige plant. De exacte etymologische herkomst is onduidelijk maar verwijst in elk geval naar de distelachtige groeiwijze van de plant. “Marianum” is afgeleid van “Maria”, een verwijzing naar de witte vlekken op de bladeren die in de christelijke volkstraditie werden verklaard als druppels moedermelk van de Maagd Maria die op de plant waren gevallen. De Nederlandse naam “mariadistel” combineert rechtstreeks deze mariologische verwijzing (“Maria”) met de distelachtige bladstructuur (“distel”). De volksnamen “Mariendistel” (Duits), “milk thistle” (Engels) en “St. Mary’s thistle” verwijzen alle naar dezelfde legendarische herkomst van de witte bladtekening.
Culinair gebruik
De jonge bladeren van mariadistel zijn eetbaar en worden in de landen rondom de Middellandse Zee traditioneel als groente gebruikt: rauw in salades, gebakken als spinazievervanger, of verwerkt in soepen en stoofschotels. De stekels worden voor consumptie verwijderd.
De gekookte wortels smaken naar schorseneer en worden in sommige regio’s als groente gegeten. De bloembodems worden net als artisjok bereid en gegeten. De geroosterde zaden worden als koffievervanger gebruikt en als toevoeging aan muesli en granola.
In Noord-Afrika, Argentinië en Australië worden mariadistelplanten als voedselgewas voor vee geteeld. De jonge planten worden in de lente als asperges gesneden. De olie uit de zaden is eetbaar en wordt in Californië en de USA commercieel geproduceerd.
Geschiedenis
Silybum marianum is al meer dan 2000 jaar in gebruik als geneeskruid voor lever- en galaandoeningen. Dioscorides (40, 90 n.C.) beschreef de plant als middel bij slangenbeten. Plinius de Oude (23, 79 n.C.) noemde het als middel voor het afvoeren van gal en het beschermen van de lever. In de Middeleeuwen werd mariadistel in kloostertuinen gekweekt als levertonicum. Culpeper (1616, 1654) beschreef het bij leveraandoeningen. Rademacher (1772, 1850) gebruikte mariadistel systematisch bij leveraandoeningen en als galMiddel. In de 20ste eeuw isoleerden Hansel en Wagner in 1968 het werkzame silymarine-complex, wat leidde tot intensief farmacologisch onderzoek. Mariadistel is vandaag een van de best onderzochte geneeskrachtige planten ter wereld, met meer dan 1000 gepubliceerde studies.
Typologie
Silybum marianum past bij een type mens dat sterk naar buiten toe afgeschermd is, maar inwendig kwetsbaar en gevoelig voor overbelasting. Zoals de plant zich beschermt met scherpe stekels terwijl de bladeren zachte, witte vlekken dragen die melk en voeding symboliseren, zo heeft dit type een constitutie die de lever centraal stelt als filter en beschermer van het organisme. Dit type is gevoelig voor toxische belasting, overmatig gebruik van alcohol, medicatie of chemische stoffen, en neiging tot leveroverbelasting. De regeneratieve werking van silymarine op levercellen weerspiegelt een constitutie die sterk herstelvermogen heeft mits de belasting wordt weggenomen.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden