Kruidenbestand

Gewone vlier

Sambucus nigra

Gewone vlier botanische illustratie

De geslachtsnaam "Sambucus" wordt op twee manieren verklaard. Ze is ofwel afgeleid van het Griekse "sambuke" ("fluit"), wat verwijst naar de met merg gevulde jonge loten van de vlier die uiterst geschikt waren om fluitjes van te maken, ofwel van "sambuca" ("driehoekige harp"), een instrument dat van vlierhout werd gemaakt. De soortaanduiding "nigra" is Latijn voor "zwart" en doelt op...

Naam en etymologie

De geslachtsnaam “Sambucus” wordt op twee manieren verklaard. Ze is ofwel afgeleid van het Griekse “sambuke” (“fluit”), wat verwijst naar de met merg gevulde jonge loten van de vlier die uiterst geschikt waren om fluitjes van te maken, ofwel van “sambuca” (“driehoekige harp”), een instrument dat van vlierhout werd gemaakt. De soortaanduiding “nigra” is Latijn voor “zwart” en doelt op de diepzwarte bessen.

De Nederlandse naam “vlier” is een verbastering van “vedel”, een muziekinstrument waarvoor men vliertwijgen gebruikte. Als synoniemen zijn beschreven: Sambucus arborescens Gilib., Sambucus medullina Gilib., Sambucus vulgaris Lam. en Sambucus laciniata Mill.

Culinair gebruik

Verse vlierbloesems zijn in trek om hun aroma van muskaat, vanille en honing; ze mogen niet gewassen worden, anders verliezen ze hun parfum. De bloesem smaakt zoet met een wrangere nasmaak.

Bloesems parfumeren gelei, jam, ijsthee en limonades en worden verwerkt in beignets, pannenkoekendeeg, taarten, cake en pudding; vlierbloesemsiroop geeft smaak aan champagne, wijn, cocktails en likeur.

Vlierbessen smaken zoetzuur en licht samentrekkend; rauw best zeer beperkt gebruiken, verwarmd zijn ze probleemloos. Er worden moes, jam, gelei, limonade, wijn, port en glühwein van gemaakt, vooral met appel, kruisbes of braambes.

Geschiedenis

De gewone vlier werd in vele culturen als een magische, met respect te behandelen struik beschouwd. Bij de zigeuners was hij heilig; volgens Duits bijgeloof moest men zijn hoed afnemen bij het voorbijgaan van een vlierstruik. In Denemarken werd een “vliermoeder”, de Hylde-Moer, in het leven geroepen aan wie men toestemming moest vragen om vlierbessen te plukken; men waagde het niet een wieg van vlierhout te maken, en ook geen meubels of brandhout. Vaak was de vlier verbonden aan verdriet en dood: men geloofde dat Judas zich aan een vlier ophing en dat het kruis op Golgotha van vlier gemaakt was. Vliertakken, een “vlierkruis”, werden soms met een dode begraven om deze tegen boze geesten te beschermen; de koetsier van een lijkwagen had een zweep van vlierhout en doodgravers droegen een takje vlier bij zich. In onze streken stond bij veel plattelandshuizen een vlier omdat die volgens de overlevering beschermde tegen heksen, vuur en bliksem, en naast de stallingen om het vee te beschermen tegen toverarij. Guido Gezelle schreef: “Er is geen hove, of ze is erin geschoven”. Men sneed ook wichelroeden van de takken en de vlier vervulde een rituele rol op de binnenplaats van bepaalde Israëlitische synagogen.

De vlier werd al in het Steentijdperk gebruikt: in nederzettingen uit die tijd zijn resten van de vlierstruik gevonden. Hippocrates (460 tot 377 v.C.) beschouwde de vlierbloesems als een urinedrijvend middel. Dioscorides (40 tot 90 n.C.) gebruikte de bloesems als urine- en galdrijvend middel en om slijmen af te voeren, en de bladeren in omslagen bij ontstekingen en verzweringen. Plinius (23 tot 79 n.C.) gebruikte een papje van de bladeren en parelgerst bij hondenbeten. Galenus (131 tot 201 n.C.) beschreef de vlier als “heet en droog” en raadde ze daarom aan bij koude en vochtige aandoeningen: verkoudheden en slijmvliesaandoeningen.

In de volksgeneeskunde kreeg de gewone vlier de reputatie van wonderplant of “heilboom” en werd ze de “medicijnkist van het volk” en “de boom der medicijnen” genoemd, wat wellicht te veel eer is voor deze plant. Al bijna 2500 jaar geldt ze als een effectief middel bij griep, hoest en verkoudheden en om slijmen op te lossen. Dodoens (1517 tot 1585) kende er vooral laxerende, waterafdrijvende, slijmoplossende en ontzwellende eigenschappen aan toe. Timmerlui gebruikten het hout voor voorwerpen, kinderen de jonge twijgjes voor fluitjes, vandaar “flierefluiter”, en voor blaaspijpen en proppenschieters of “klakbussen”. In de 18e eeuw was vlierbloesemwater geliefd om de huid en vooral sproeten te bleken; van de bladeren werd een groene zalf gemaakt voor verstuikingen en kneuzingen, winterhanden en wintervoeten, wondjes en aambeien. De viroloog Mumcuoglu toonde de antivirale werking van de proteïnen in vlierbessen uitgebreid aan.

Typologie

Sambucus nigra past bij een type mens dat op de grens functioneert: de vlier groeit in heggen, langs erfranden, bij mesthopen, puinhopen en stallingen, op plekken waar afval en overvloed samenkomen. Dit type verdraagt wat anderen afstoten en zet dat om in groei, snel en breed uitgroeiend, met zacht hout en een licht, poreus merg: naar buiten krachtig en beschermend, naar binnen open en kwetsbaar. De culturele rol van de vlier als huisboom die heksen, vuur en bliksem weert, en tegelijk de verbinding met verdriet en dood, tekenen een type dat de bewaker en de rouwdrager van zijn omgeving is: gastvrij, grensstellend, verantwoordelijk voor de veiligheid van anderen. De rauwe bes die pas na verwarming veilig wordt, verwijst naar een type dat zich niet ongefilterd geeft en eerst bewerking en warmte nodig heeft voor het zich beschikbaar stelt. Onder druk reageert dit type naar de periferie: het opent, transpireert en ontlaadt naar buiten in plaats van zich samen te trekken.

Volledige toegang

De volledige kruidenmonografie

Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.

€39

12 maanden toegang, geen automatische verlenging

  • Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
  • Medicinale indicaties, dosering en combinaties
  • Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
  • Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden