Kruidenbestand
Echte salie
Salvia officinalis
“Salvia” is afgeleid van het Latijnse salvare (“redden”) of salvere (“genezen”, “in orde zijn”), en van salvia (“genezende plant”, “heilzaam kruid”). Echte salie heeft een eeuwenoude reputatie als heilzaam kruid, wat doorklinkt in de oude benamingen Salvia salvatrix en Herba sacra. “Officinalis” betekent “uit de apotheekwerkplaats” en duidt erop dat salie voorkwam op de officiële lijst van geneeskrachtige planten. Nederlandse...
Naam en etymologie
“Salvia” is afgeleid van het Latijnse salvare (“redden”) of salvere (“genezen”, “in orde zijn”), en van salvia (“genezende plant”, “heilzaam kruid”). Echte salie heeft een eeuwenoude reputatie als heilzaam kruid, wat doorklinkt in de oude benamingen Salvia salvatrix en Herba sacra.
“Officinalis” betekent “uit de apotheekwerkplaats” en duidt erop dat salie voorkwam op de officiële lijst van geneeskrachtige planten.
Nederlandse synoniemen: salie, echte salie, blauwe salie, keukensalie, tuinsalie, Franse thee, heilige thee, heilig kruid, palingkruid, ezelsoren. Engels: sage, common sage, garden sage, true sage, Dalmatian sage. Frans: sauge officinale, sauge commune, grande sauge, herbe sacrée, thé de la Grèce, thé d’Europe. Duits: Salbei, Echter Salbei, Edelsalbei, Gartensalbei.
Culinair gebruik
Vanwege het krachtige aroma wordt van echte salie best niet te veel gebruikt, en ook niet in combinatie met veel andere kruiden; het kruid harmonieert eigenlijk alleen goed met look en ajuin.
Salie maakt zware en vette spijzen lichter verteerbaar: stoofpotten, vet vlees zoals gans, eend en varkensvlees, worst, orgaanvlees, vullingen van vleesgerechten, schapenvlees, wild en gevogelte, gehakt. Ze zit in vette kazen zoals Sage Derby, wordt gebruikt bij vette vis, vooral paling, bij peulen, erwten en koolsoorten en in sauzen. Een vulling van ui en echte salie past bij vlees- en gevogeltegerechten; bij tomaten neutraliseert salie de zure smaak.
Salie in het kookwater geeft flauwe groenten en aardappelen meer smaak; gehakte salie in een kwart boter vormt de basis voor een saus. De bloemen sieren een salade, versnipperde blaadjes passen bij rauwkost met ui, tomaat en knoflook en als garnering van groentesoep. In gebak: saliebeignets, kaastaart met salie, haverkoeken met salie. Salie kan trekken in azijn of olie; er bestaat ook saliehoning.
Geschiedenis
De Oude Egyptenaren gebruikten salie om de vruchtbaarheid bij vrouwen te verbeteren en vrouwenklachten aan te pakken. Grieken en Romeinen beschouwden het kruid als panacee: als algemeen versterkend middel of tonicum, voor vrouwen die moeilijk zwanger werden, om een hoge leeftijd te bereiken, tegen slangenbeten en bij vergeetachtigheid. De Romeinen oogstten dit heilig kruid, Herba sacra, met het nodige ceremonieel.
Dioscorides (40 tot 90 n.C.) schreef salie vooral ontsmettende, menstruatiebevorderende en wondhelende eigenschappen toe en raadde het aan bij zere keel, aften en mondzweren, hoest, koorts, tering en zweren. Galenus (131 tot 201 n.C.) en Plinius (23 tot 79 n.C.) gebruikten salie bij keelpijn en bronchitis, bij onregelmatige menstruatie, bij wormen, bij leveraandoeningen en bij vergeetachtigheid. Hildegard von Bingen prees salie aan in de 12e eeuw, later gevolgd door de school van Salerno: “Waarom zou een mens sterven als hij salie in zijn tuin heeft?”
In de Middeleeuwen gold salie als magisch kruid bij verkoudheden, hoest, astma, insectenbeten, zenuwzwakte, uitblijvende menstruatie en steriliteit, en om de spijsvertering te stimuleren, krampen te milderen en gassen te verdrijven. In kloostertuinen was het een belangrijk kruid; in Frankrijk werd salie als symbool van verzacht verdriet vaak op kerkhoven geplant. Matthiolus (1500 tot 1577) adviseerde tanden en tandvlees met verse saliebladeren in te wrijven, Dodoens (1515 tot 1585) beschreef salie als vruchtbaarheidsverhogend en geheugenversterkend, Gerard (1545 tot 1607) beval het aan om zintuigen en geheugen kwieker te maken, en Culpeper (1616 tot 1654) noemde salie goed om het geheugen te versterken en het verstand te verwarmen en te verlevendigen. Vanaf de 17e eeuw werd salie in Noord-Amerika ingevoerd, waar inheemse volken van de wortel een zalf voor huidproblemen maakten en het kruid verbrandden om met de rook geesten te verjagen.
Typologie
Salvia officinalis past bij een type dat moet indrogen waar te veel vloeit. De plant groeit op droge, kalkrijke, zonnige hellingen en houdt vocht vast achter een viltig behaard blad; zo werkt ze ook in de mens, door te remmen wat overloopt: transpiratie, speeksel, moedermelk en slijmvliesafscheiding. Dit type is verbaal en mentaal helder en gericht op geheugen en overzicht, wat aansluit bij de eeuwenlange reputatie van salie als geheugenkruid. De keerzijde is hitte en droogte: het type kan opvliegend en prikkelbaar worden, wat de klassieke waarschuwing verklaart om salie niet te geven aan mensen met een opvliegende aard. Salie past bij overgangsfasen waarin het hormonale en thermische evenwicht wisselvallig is.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden