Kruidenbestand
Hop
Humulus lupulus
Synoniemen: Cannabis lupulus Scop., Humulus americanus Nutt. Nederlands: hop, hoppe, oppe, havikskruid, hommel, ranke, wiensels, wijnsel, boerendruiven. Engels: hop, hops, common hop, European hop, hop bine, bine. Frans: houblon. Duits: Hopfen, Hopf, Hoppen, Hupfen, Wilder Hopfen, Bierhopfen. "Humulus" wordt doorgaans teruggevoerd op "humus" ("grond", "aarde"), een verwijzing naar de rijke bodem waarop de plant goed gedijt. Een tweede lezing koppelt...
Naam en etymologie
Synoniemen: Cannabis lupulus Scop., Humulus americanus Nutt. Nederlands: hop, hoppe, oppe, havikskruid, hommel, ranke, wiensels, wijnsel, boerendruiven. Engels: hop, hops, common hop, European hop, hop bine, bine. Frans: houblon. Duits: Hopfen, Hopf, Hoppen, Hupfen, Wilder Hopfen, Bierhopfen.
“Humulus” wordt doorgaans teruggevoerd op “humus” (“grond”, “aarde”), een verwijzing naar de rijke bodem waarop de plant goed gedijt. Een tweede lezing koppelt hetzelfde woord aan de kruipende groei wanneer steun ontbreekt. Een derde ziet er het stamwoord “umidus” (“vochtig”) in, naar de vochtige standplaats.
“Lupulus” gaat terug op “lupus” (“wolf”): de klimplant wurgt zich omhoog zoals een wolf zijn prooi vastgrijpt. In het Oude Rome viel dat vooral op bij wilgen, vandaar de benaming “lupus salictarius”, “de wolf van het wilgenbos”.
“Hop” is afgeleid van het Angelsaksische “hoppan” (“klimmen”) of van het oud-Duitse “Hopfo” (“zich verheffen”); beide verwijzen naar de klimmende groeiwijze.
Culinair gebruik
Hoppescheuten, de witte uitlopers van de wortelstok in het vroege voorjaar, worden als asperges bereid en gelden als delicatesse. Ze worden ook geblancheerd, rauw door salades gedaan, in roerei of soep verwerkt of gepekeld gegeten. Ze zijn prijzig.
Jonge bladeren, geplukt voor eind mei, kunnen in salades. Soms worden ook de vlezige wortels gegeten. Plantenextracten en de etherische olie dienen als smaakmaker in voedingsmiddelen, frisdranken, mineraalwaters, zuivelhoudende desserts, snoepgoed, gebak en pudding. Hop die trekt in sherry levert een spijsverteringsbevorderende likeur. Ook hopbrood en hoppannenkoeken bestaan.
In de bierbereiding levert hop de karakteristieke bittere smaak en het aroma, werkt als natuurlijk bewaarmiddel via humulon, klaart het bier door eiwitten te laten neerslaan en draagt bij aan een stabiele schuimkraag. Van de hopproductie gaat 99% naar het brouwen; 1% wordt farmaceutisch verwerkt.
Geschiedenis
Joodse gevangenen in Babylon zouden gerstebier met hop gedronken hebben ter bescherming tegen lepra. Plinius (23 tot 79 n.C.) beschrijft hop als tuingroente in Rome: de scheuten golden in het voorjaar als delicatesse, bereid als asperges of in soep. Duitse monniken verbouwden hop al in de 9e eeuw en kenden de slaapbevorderende, kalmerende en libidoverlagende werking. In Germaanse landen vulde men het hoofdkussen met hopbellen bij opgewonden kinderen, slapeloosheid, oorpijn of zenuwpijn; kinderen kregen soms een in doek gewikkelde hopbel om op te sabbelen. Vroeg-middeleeuwse teksten noemen daarnaast een urinedrijvend, bloedzuiverend en menstruatiebevorderend effect. Hildegard von Bingen (12e eeuw) schreef voor dat gerstebier met hop bereid moest worden, maar stelde dat hop als kruid een treurige en melancholische stemming oproept. Noord-Amerikaanse indianen zetten hop in bij slapeloosheid en pijn en als gynaecologisch hulpmiddel bij borst- en baarmoederproblemen.
Vanaf de 14e eeuw in Vlaanderen en Nederland en vanaf de 16e eeuw in Engeland werd hop een van de hoofdingredienten van bier, om de conserverende eigenschappen en de bittere smaak. Onder Hendrik VI en VII bestond in Engeland aanvankelijk verzet: het parlement noemde hop een kwaadaardig kruid dat de smaak van bier zou bederven en het volk in gevaar zou brengen. Volgens de signatuurleer van Paracelsus (1493 tot 1541) wees de gele kleur van de klierharen met lupuline op een spijsverteringsbevorderende werking; hij schreef hop voor bij spijsverteringsstoornissen en kende er ook een kalmerende en licht hypnotische werking bij een overladen maag aan toe. Turner (1562) vond de medicinale eigenschappen van hop onderschat, Gerard (1545 tot 1612) beschouwde hopbier eerder als artsenijdrank dan als dorstlesser, en Culpeper (1616 tot 1654) raadde hop in de 17e eeuw aan bij geelzucht, lever- en maagaandoeningen, hoofdpijn, huidinfecties en ter bloedzuivering. Traditioneel gold hop ook als maagtonicum.
De kalmerende en slaapinducerende werking werd vastgesteld bij hopplukkers, die vermoedelijk hopresines van hand naar mond brachten of de etherische olie inademden. Bij vrouwelijke plukkers werden menstruatiestoornissen beschreven, met vervroegde menstruatie of juist een verlengde cyclus, en een verhoogd libido; dit wordt nu toegeschreven aan de fyto-oestrogenen. Bij mannelijke plukkers zou gynecomastie (zwelling van de borstklier, door de fyto-oestrogenen) en verminderde geslachtsdrift zijn vastgesteld. Alfred Vogel (1902 tot 1996) raadde hopthee aan bij seksuele overprikkeling en, gecombineerd met citroenmelisse, als slaapmiddel. De onderzoeksgroep rond professor Denis De Keukeleire (Universiteit Gent) isoleerde en identificeerde in 1999 uit hopresidu de fyto-oestrogene prenylflavonoiden, waaronder hopeine. Hopeine geldt tot op heden als het krachtigste bekende fyto-oestrogeen en kreeg een plaats bij de vervanging van hormonale substitutietherapie (HST/HRT).
Typologie
Humulus lupulus past bij een type dat snel en ongeremd de hoogte in gaat, maar zonder steun over de grond kruipt. De plant groeit tot 30 cm per dag zolang de dagen lengen en sterft elke winter bovengronds volledig af: forse expansie, gevolgd door radicale terugtrekking naar de wortel. Dat ritme spiegelt een constitutie met veel drive, prikkelbaarheid en nachtelijke overactiviteit van het denken, waarbij de rem ontbreekt. De wurgende klim rond de gastheer (“lupus salictarius”) toont de keerzijde: omklemmen en niet loslaten. Therapeutisch werkt hop precies tegen die beweging in: bitter, koelend, temperend op zenuwstelsel en libido. De sterke fyto-oestrogene component maakt de plant bruikbaar bij een type dat oestrogeenverlies combineert met innerlijke onrust en spanning. Hildegard von Bingen verbond hop met een melancholische stemming; die signatuur is klinisch nog steeds relevant en keert terug als contra-indicatie bij depressieve klachten.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden