Kruidenbestand
Javaanse kurkuma
Curcuma xanthorrhiza
“Curcuma” is de Latijnse afleiding van “kurkum”, de Arabische naam voor “wortel”. “Xanthorrhiza” is samengesteld uit het Griekse “xanthos” (“geel”) en “rhiza” (“wortel”) en verwijst, net als de Nederlandse naam “geelwortel”, naar de intens geelkleurende wortelstok. De Maleisische naam “temoe lawak” betekent eveneens “gele wortel”. De Nederlandse naam geelwortel is niet te verwarren met de Canadese geelwortel, Hydrastis canadensis. Botanisch...
Naam en etymologie
“Curcuma” is de Latijnse afleiding van “kurkum”, de Arabische naam voor “wortel”. “Xanthorrhiza” is samengesteld uit het Griekse “xanthos” (“geel”) en “rhiza” (“wortel”) en verwijst, net als de Nederlandse naam “geelwortel”, naar de intens geelkleurende wortelstok. De Maleisische naam “temoe lawak” betekent eveneens “gele wortel”. De Nederlandse naam geelwortel is niet te verwarren met de Canadese geelwortel, Hydrastis canadensis.
Botanisch synoniem: Curcuma xanthorrhiza D. Dietrich, Curcuma javanica. Nederlands: Javaanse kurkuma, bittere curcuma, geelwortel, temoe lawak. Engels: Javan turmeric, Javanese turmeric, temoe lawak, Indian saffron. Frans: safran de Java, safran des Indes, rhizome de temoë-lawaq. Duits: Javanische Kurkumawurzel, Javanische Gelbwurz.
Culinair gebruik
Voor culinair gebruik verdient Curcuma longa de voorkeur. Het okerkleurige wortelpoeder is een mild-pittige specerij die deel uitmaakt van veel kruidenmengelingen. Zo is het een hoofdingrediënt van kerrie en zit het ook vaak in mosterd, pickles en sauzen; vooral in plakjes gesneden en verpulverde geelwortel wordt hiervoor gebruikt. Curcuma wordt verwerkt in veel traditionele Aziatische gerechten en kleurt er vaak de rijst.
Curcuma kan dienen als surrogaat voor de veel duurdere saffraan en wordt daarom ook wel “armelui’s saffraan” genoemd. Het poeder wordt gebruikt bij het klaarmaken van geurige sauzen, kan over eten gestrooid worden (veel bij rijstmaaltijden), kan aan het kookvocht van groenten toegevoegd worden en kan groenten- en stoofschotels opsmukken; het geeft smaak aan romige soep en groentenpasteitjes.
Curcuma wordt verwerkt in cakes en beignets en in appelchutney. Jonge scheuten worden soms gekookt en opgediend als groente of verwerkt in omelet.
Geschiedenis
De bakermat van de geelwortel ligt in Indonesië. Curcuma xanthorrhiza is een gecultiveerde Indonesische soort die niet meer in het wild wordt aangetroffen en nauw verwant is met de meer culinair gebruikte Curcuma longa. Aan de Javaanse kurkuma wordt iets meer therapeutische waarde toegeschreven.
Vooral in India, Indonesië en China kent de kurkuma een lange geschiedenis als kruiderij, bewaarstof, kleurstof, religieuze en geneeskrachtige plant. Kurkuma werd al beschreven door de Chinese keizer Shen Nung en wordt als “jiang huang” in de Chinese geneeskunde breed toegepast: bij lever-, maag- en urinewegklachten, bij winderigheid, menstruatieklachten, aambeien, koorts en pijn op de borst; uitwendig als kompres bij wonden, zweren en infecties.
Geelwortel is sinds lang een van de meest verkochte kruiden in Indonesië, waar men spreekt van koenjit. Op basis van de signatuurleer staat de kurkuma daar, vanwege de vorm van de galblaas, centraal bij de behandeling van galaandoeningen. In de traditionele Indiase ayurvedische geneeswijze wordt hij gebruikt als plantaardige aspirine en als plantaardig bijnierschorshormoon bij een breed scala aan ontstekingen door infecties en auto-immuunaandoeningen, ook als maagtonicum, als bloedreinigend middel en uitwendig bij huidaandoeningen.
In 1280 beschreef Marco Polo kurkuma als een eetbare plant met de eigenschappen van saffraan. Kurkuma is tevens een van de basiskruiden van kerrie. In het westen speelt kurkuma pas sinds de jaren 70/80 een belangrijke rol; de gecultiveerde Curcuma xanthorrhiza heeft daarbij een meer uitgesproken werking op de galblaas dan Curcuma longa.
Typologie
Curcuma xanthorrhiza past bij een type mens waarbij verwerking centraal staat: het opnemen, omzetten en afvoeren van wat binnenkomt. De plant investeert haar hele substantie in een ondergrondse, verborgen wortelstok terwijl de bloei onopvallend blijft; het bijbehorende type werkt eveneens naar binnen gericht en toont weinig van wat het draagt.
De hoornachtige, doffe buitenkant tegenover het diepgele tot oranje binnenste tekent een constitutie met een felle innerlijke werking onder een gesloten oppervlak. Het type is warm en droog van aard, met neiging tot stuwing in de lever- en galsfeer: opgekropte ergernis, moeilijk verteerde ervaringen en het vasthouden van wat afgevoerd zou moeten worden. Deze typologische duiding is een ordenend kader binnen de humoraalleer en geen farmacologische uitspraak.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden