Kruidenbestand
Tuingoudsbloem
Calendula officinalis
Familie Asteraceae
"Calendula" is vermoedelijk afgeleid van het Latijnse "calendae", wat "eerste dag van de maand" betekent, een verwijzing naar de gewoonte van de plant om rond het begin van elke maand te bloeien. Anderen verbinden de naam aan de Latijnse kalender van "kleine klok" of zien het als verwijzing naar de regelmatige bloeiperiode. "Officinalis" duidt op voorkomen in de officiële lijst...
Naam en etymologie
“Calendula” is vermoedelijk afgeleid van het Latijnse “calendae”, wat “eerste dag van de maand” betekent, een verwijzing naar de gewoonte van de plant om rond het begin van elke maand te bloeien. Anderen verbinden de naam aan de Latijnse kalender van “kleine klok” of zien het als verwijzing naar de regelmatige bloeiperiode. “Officinalis” duidt op voorkomen in de officiële lijst van geneeskrachtige planten en aanwezigheid in de apothekerswerplaats. De Nederlandse naam “goudsbloem” verwijst naar de zonnige, oranjegele kleur van de bloem; “tuingoudsbloem” onderscheidt haar van de akkergoudsbloem (Calendula arvensis).
Culinair gebruik
De bladeren van tuingoudsbloem kunnen rauw worden gegeten in salades of aan soepen toegevoegd. Ze smaken hierbij aanvankelijk kleverig zoet, gevolgd door een doordringende zoute smaak. Ze zijn rijk aan vitaminen en mineralen en zijn vergelijkbaar met paardenbloemblad qua voedingswaarde.
De fijngehakte kroonbladeren met hun geeloranje pigment kunnen ter vervanging van saffraan in rijst worden gebruikt. Ze kunnen ook als kleurstof dienen in boter, omelet, kwark, rijstpap en melkdesserts, salades, cakes, brood en koekjes.
De bloemen maken soepen, bouillons en stoofschotels voedzamer. Van goudsbloemblaadjes kan een heerlijk botersausje worden gemaakt. Jonge goudsbloem knoppen kunnen in azijn worden ingelegd.
Geschiedenis
Oude Egyptenaren vereerden de goudsbloem om haar vermeende verjongende eigenschappen. In Griekenland en Rome werd ze bij hart- en circulatieproblemen en als symbool voor dankbaarheid gebruikt. Galenus (131, 201 n.C.) raadde ze aan bij maag- en leverproblemen. In de 12de eeuw werd ze bij de aanpak van brandwonden en zweren ingezet. Hildegard von Bingen (1098, 1179) behandelde er leveraandoeningen, huidonreinheden, beten en favus mee. In de Middeleeuwen werd ze in kloostertuinen gekweekt en gewijd op 25 maart. Vanaf de 16de eeuw werd ze verwerkt in salades en siropen. Culpeper (1616, 1654) adviseerde haar bij hart, lever- en darmaandoeningen, geelzucht en mazelen. In Rusland werd de goudsbloem intensief gekweekt als “Russische penicilline” en het gebruik ervan werd uitgebreid naar cosmetica, voedingsmiddelen en textiel.
Typologie
Calendula past bij een type mens dat openhartig, zonnig en verbindend is maar ook weerbaarheid nodig heeft om niet te worden uitgeput door anderen. Zoals de plant haar bloemen ’s ochtends opent en ’s avonds sluit, functioneert dit type in duidelijke ritmes: actief bij licht, gesloten bij vermoeidheid of regen. De kleuring van oranjegeel naar diep saffraan weerspiegelt een constitutie die warmte uitstraalt maar ook intensiteit bevat. De brede inzetbaarheid van de plant, van wond tot lever tot huid, weerspiegelt een veelzijdig type dat graag meerdere rollen vervult. De sterke antimicrobiële werking van de plant contrasteert met haar zachte, helende uitstraling: dit type combineert schijnbare toegankelijkheid met een verrassend scherpe binnenste kern.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden