Kruidenbestand

Madeliefje

Bellis perennis

Madeliefje botanische illustratie

"Bellis" komt van het Latijnse "bellus", dat "mooi" of "sierlijk" betekent. Een tweede verklaring leidt de naam af van "bellum", "oorlog", omdat het kruid op slagvelden groeide en het sap werd gebruikt om wonden te verbinden. "perennis" is Latijn, samengesteld uit "per", "door", en "annus", "jaar", en betekent "het hele jaar door", oftewel overblijvend. De Engelse naam "daisy" gaat terug...

Naam en etymologie

“Bellis” komt van het Latijnse “bellus”, dat “mooi” of “sierlijk” betekent. Een tweede verklaring leidt de naam af van “bellum”, “oorlog”, omdat het kruid op slagvelden groeide en het sap werd gebruikt om wonden te verbinden. “perennis” is Latijn, samengesteld uit “per”, “door”, en “annus”, “jaar”, en betekent “het hele jaar door”, oftewel overblijvend. De Engelse naam “daisy” gaat terug op het Oudengelse “dæges eage”, “oog van de dag”, naar de bloem die zich bij daglicht opent en tegen de avond sluit. De volksnamen “bruisewort” en “woundwort” verwijzen naar het traditionele gebruik bij kneuzingen en wonden.

Culinair gebruik

De jonge blaadjes hebben een milde, licht zurige smaak en kunnen rauw door salades, sandwiches en soepen worden verwerkt of als groente worden gekookt. De bloemhoofdjes dienen rauw als eetbare versiering van salades en gerechten.

Van de bloemblaadjes wordt van oudsher een kruidenthee gezet. Historisch werden de blaadjes gekookt als groente en bij vlees geserveerd. Het madeliefje behoort tot de eetbare wilde planten en wordt tegenwoordig opnieuw gewaardeerd binnen het foerageren.

Geschiedenis

Het madeliefje staat sinds de oudheid bekend als wondkruid; de volksnamen bruisewort en woundwort verwijzen hiernaar. Op slagvelden werd het sap in verbanden gebruikt om bloedende wonden te stelpen. De zestiende-eeuwse kruidkundige John Gerard (1597) beval het aan bij catarre, hevige menstruatie, migraine en bij kneuzingen en zwellingen. Nicholas Culpeper nam het in zijn Complete Herbal (1653) op als wondkruid voor in- en uitwendig gebruik, onder meer bij zweren van mond en tong en, in afkooksel met agrimonie, bij kneuzingen, ischias en jicht. In de homeopathie staat Bellis perennis bekend als “Poor Man’s Arnica” en wordt het bij kneuzing en trauma ingezet.

Typologie

Bellis perennis past bij een type dat bescheiden, veerkrachtig en herstelgericht is. Zoals het madeliefje laag bij de grond groeit, betreden en gemaaid wordt en telkens opnieuw opbloeit, zo kenmerkt dit type zich door het vermogen om na kwetsuren en tegenslag te herstellen zonder hard te worden. De bloem opent zich bij daglicht en sluit zich tegen de avond, wat wijst op een fijne afstemming op omgeving en ritme. Het type is zacht van aard maar taai, eenvoudig en gericht op heling van zichzelf en van anderen.

Volledige toegang

De volledige kruidenmonografie

Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.

€39

12 maanden toegang, geen automatische verlenging

  • Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
  • Medicinale indicaties, dosering en combinaties
  • Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
  • Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden