Kruidenbestand
Valkruid
Arnica montana
Familie Asteraceae
"Arnica" is vermoedelijk afgeleid van het Griekse "arnakis" wat lamsvel of schapenvacht betekent, een verwijzing naar de zachte, behaarde bladeren van de plant. Een andere afleiding verbindt de naam met het Griekse "ptarmike" wat "niezen opwekkend" betekent, een eigenschap die van de wortel bekend is. "Montana" is het Latijnse adjectief voor "van de bergen", dat rechtstreeks verwijst naar de voorkeur...
Naam en etymologie
“Arnica” is vermoedelijk afgeleid van het Griekse “arnakis” wat lamsvel of schapenvacht betekent, een verwijzing naar de zachte, behaarde bladeren van de plant. Een andere afleiding verbindt de naam met het Griekse “ptarmike” wat “niezen opwekkend” betekent, een eigenschap die van de wortel bekend is. “Montana” is het Latijnse adjectief voor “van de bergen”, dat rechtstreeks verwijst naar de voorkeur van de plant voor bergachtige habitats.
Culinair gebruik
Arnica montana heeft geen culinaire toepassingen. De plant bevat sesquiterpeenlactonen die bij inwendige inname toxisch zijn voor het maag-darmkanaal, het hart en het zenuwstelsel. Inwendig gebruik als voedingsmiddel is gevaarlijk en wordt strikt afgeraden.
Historisch werd door Cataluio-Indianen in Noord-Amerika thee getrokken van de wortels van een verwante Arnica-soort (Arnica fulgens) via een ritueel gebruik, maar dit valt buiten de Europese volksgebruiken en is geen culinaire toepassing.
De bloemen werden incidenteel als tabakssurrogaat gebruikt of om af te leren met roken, vanwege de irriterende werking op de slijmvliezen.
Geschiedenis
Arnica werd in de klassieke oudheid nauwelijks beschreven. Hildegard von Bingen (1098, 1179) was de eerste die haar gunstige werking bij kneuzingen documenteerde. Arnica werd later door de school van Salerno aanbevolen. Pier Andrea Mattioli (1500, 1577) beschreef de plant nauwkeurig en maakte er een afbeelding van. Vanaf de zestiende eeuw verwierf de plant in Oostenrijk en Duitsland de bijnamen “valkruid” en “wondkruid”. Schaapherders pasten haar toe op verwondingen. Goethe gebruikte haar dagelijks bij angina pectoris. In de negentiende en twintigste eeuw werd arnica een van de meest gebruikte geneeskrachtige planten in de Europese volksgeneeskunde. Vandaag is ze beschermd en mag ze in een aantal landen niet worden geplukt.
Typologie
Arnica past bij een type mens dat zijn kracht haalt uit teruggetrokkenheid en scherpte. Zoals de plant uitsluitend gedijt op zure, voedselarme berggrond ver van bewoning, zo functioneert dit type het beste in gestructureerde, prikkelarme omgevingen. De plant heeft een toxisch karakter dat bij overmatig contact schaadt: de gebruiker van arnica heeft eveneens behoefte aan duidelijke grenzen en een nauwkeurig gedoseerde inzet. De gele bloem op de hoge, rechtopstaande stengel verwijst naar doorzettingsvermogen en zichtbaarheid ondanks moeilijke omstandigheden. De typische werking op kneuzingen en bloedstuwing weerspiegelt een constitutie die klappen absorbeert maar baat heeft bij herstelsteun: taai naar buiten, kwetsbaar in de diepte.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden