Kruidenbestand
Gewone agrimonie
Agrimonia eupatoria
Culinair gebruik
In Scandinavische landen wordt het aftreksel van gewone agrimonie als een opwekkende drank vaak als koffie of thee gedronken.
Gewone agrimonie wordt ook gemengd met echte thee. Er bestaat een cultivar met een aangenaam zoetige, abrikoosachtige geur.
Het meel van gedroogde zaden kan als noodvoedsel dienstdoen.
Economisch belang: uit de plant kan een gele kleurstof worden gewonnen.
Geschiedenis
Doorheen de geschiedenis was gewone agrimonie een populair kruid, dat onder meer werd ingezet bij stemproblemen, wondbehandeling, slangenbeten, wratten, oogklachten, inwendige bloedingen, leverstoornissen, geelzucht en geheugenstoornissen.
Dioscorides (40 tot 90 n.C.) raadde gewone agrimonie aan voor het stelpen van bloedingen en bij dysenterie. Galenus (131 tot 201 n.C.) prees de plant aan bij leveraandoeningen, waaronder geelzucht, en bij darmklachten. Culpeper (1616 tot 1654) zag vooral de waarde bij wonden, kneuzingen en zweren.
Gewone agrimonie was een onderdeel van de Franse “eau d’arquebusade”, een kruidenlotion die gebruikt werd bij verwondingen zoals schotwonden veroorzaakt door een haakbus, een vijftiende-eeuws geweer. Mességué (1921 tot 2017) onderstreepte de werkzaamheid bij angina, keelpijn, mondzweren en nierproblemen.
Typologie
Agrimonia eupatoria past bij een type dat naar buiten toe licht en aangenaam oogt en van binnen spanning vasthoudt. De plant zelf is stijf rechtopstaand en vrijwel onvertakt: één rechte aar, van onderaf naar boven bloeiend, met warmgele bloemen die zwak naar abrikoos geuren. Onder die vriendelijke buitenkant zit een grijswit behaarde bladonderkant en een vrucht die zich met kromme weerhaakjes vasthecht en niet meer loslaat.
Farmacognostisch loopt dezelfde lijn door. De looistoffen trekken samen, sluiten af en drogen; de bitterstoffen openen daarentegen lever en gal. Het is een kruid dat tegelijk vasthoudt en losmaakt.
Het bijbehorende type functioneert goed, is innemend en conflictmijdend, en houdt onrust, pijn of verdriet achter een opgewekt gezicht. De klachten uiten zich indirect: losse stoelgang bij spanning, galklachten, een gespannen buik, bedplassen bij kinderen. In de Bachbloesemtherapie beschrijft Bach (1936) onder Agrimony precies dit beeld. Dat is een traditioneel systeem en geen farmacognostische onderbouwing.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden