KRUIDENGENEESKUNDE · EXTRACTIELEER | Kruidenloket© Shiva Kruidenloket

Inhoudsstoffen · extractieleer

Waarin lossen plantenstoffen op

Oplosbaarheid per stofgroep, met het bijbehorende menstruum

Oplosbaarheid is geen eigenschap van een stoffamilie maar van een afzonderlijk molecuul. Binnen vrijwel elke groep hieronder varieert zij, en die variatie is te herleiden tot drie factoren. Wie deze drie beheerst, hoeft de tabel niet uit het hoofd te leren. De uitleg hieronder veronderstelt geen scheikundige voorkennis.

Gelijksoortig lost op in gelijksoortig. Water is een polair oplosmiddel: binnen het watermolecuul is de lading ongelijk verdeeld, met een licht negatieve en een licht positieve kant. Moleculen die zelf zo'n ongelijke verdeling hebben, passen tussen de watermoleculen en gaan in oplossing. Olie en vet missen die verdeling; daarin lossen juist ladingsloze moleculen op. Ethanol heeft beide kanten in zich: een OH-groep die op water lijkt en een korte koolstofketen die op vet lijkt. Daarom kun je met de verhouding water tot ethanol instellen welke stoffen je wint. Dat is de hele logica achter de percentages verderop.

1 · Polariteit van het skelet

Polariteit is de mate waarin de lading ongelijk over een molecuul verdeeld is. Zuurstof trekt elektronen sterk naar zich toe. Elke zuurstofhoudende groep maakt een molecuul dus polairder en daarmee waterminnender. De twee die je het vaakst tegenkomt zijn de OH-groep (een zuurstof met een waterstof eraan, de hydroxylgroep) en de COOH-groep (de zuurgroep). Koolstof en waterstof doen het omgekeerde: een lange keten of een ring van uitsluitend koolstof en waterstof heeft geen ladingsverschil en is vetminnend. Zet bij elk molecuul de zuurstofhoudende groepen af tegen het aandeel kale koolstof. Suiker draagt vijf OH-groepen op zes koolstofatomen en lost onbeperkt op in water. Menthol draagt één OH-groep op tien koolstofatomen en lost nauwelijks op. Limoneen bevat geen enkele zuurstof en lost helemaal niet op.

2 · Glycosidering

Een glycoside is een molecuul waaraan een suiker vastzit. Het deel zonder suiker heet het aglycon. Omdat een suiker vol OH-groepen zit, verandert die ene aanhechting de oplosbaarheid van het gehele molecuul: een vetminnend aglycon wordt er waterminnend van. De plant gebruikt dat om stoffen op te slaan, te vervoeren en onwerkzaam te houden tot ze nodig zijn. Voor de bereiding betekent het dat één skelet in twee gedaanten voorkomt. Rutine en quercetine hebben hetzelfde skelet; rutine draagt een dubbelsuiker en quercetine niet. Rutine gaat mee in heet water, quercetine vraagt 60 tot 70% ethanol. Er bestaat dus geen antwoord per stofgroep, alleen per vorm.

3 · Ionisatie en dus pH

Sommige moleculen kunnen een elektrische lading krijgen. Een base neemt een waterstofion op en wordt positief geladen; een zuur staat een waterstofion af en wordt negatief geladen. Een geladen molecuul trekt watermoleculen aan en lost op in water; precies hetzelfde molecuul zonder lading gaat liever in alcohol of vet. Welke van beide vormen ontstaat, hangt af van de pH van het menstruum, de maat voor de zuurgraad: onder 7 zuur, boven 7 basisch. Alkaloïden zijn basen en worden in zuur water geladen, dus wateroplosbaar. Fenolzuren zijn zuren en worden juist geladen naarmate de pH stijgt. Met de pH stuur je dus welke fractie in oplossing gaat.

Drie vragen bij elk molecuul

  • Hoeveel zuurstofhoudende groepen draagt het molecuul, en hoeveel kale koolstof staat daar tegenover? Veel zuurstof wijst naar water, veel koolstof naar alcohol of vet.
  • Zit er een suiker aan? Zo ja, verschuift alles richting water en volstaat vaak een infuus. Zo nee, richting alcohol of olie.
  • Kan het molecuul een lading krijgen? Zo ja, bepaalt de zuurgraad van het menstruum welke vorm ontstaat en daarmee hoeveel je wint.

Zuur, base en zout: vier begrippen die de eerste regel van de tabel verklaren

Deze vier termen keren terug bij alkaloïden, bij fenolzuren en bij elke afweging over de pH van een menstruum. Zij staan hier vooraan omdat de eerste regel van de tabel zonder deze uitleg niet te lezen is.

BegripWat het betekent
BaseEen molecuul dat een waterstofion (H⁺) kan opnemen. Alkaloïden zijn basen: het stikstofatoom heeft een vrij elektronenpaar waarmee het dat waterstofion bindt.
Vrije baseDe alkaloïde zonder opgenomen waterstofion. Ongeladen, en daarmee vetminnend: lost op in ethanol en in olie, nauwelijks in water.
ZoutDe alkaloïde mét opgenomen waterstofion, samen met het achtergebleven zuurrest-ion. Positief geladen, en daarmee waterminnend: lost op in water.
AanzurenDe handeling die de vrije base in het zout omzet. Zuur toevoegen aan het water levert waterstofionen; de alkaloïde neemt er één op en wordt zo een zout. Aanzuren is dus de oorzaak, het zout het gevolg. Het is geen keuze tussen twee opties.

Oplosbaarheid en menstruum per stofgroep

FamilieGroepOplosbaar inPraktisch menstruumKritische noot
Stikstofhoudend1 · AlkaloïdenVrije base: ethanol en vette olie. Zout: water. Welke vorm ontstaat, bepaalt de pH van het menstruum.45 tot 70% ethanol voor de tinctuur. Voor een waterig extract: water met citroensap of circa 1% citroenzuur, pH ongeveer 3.Zout en zuur zijn hier geen twee mogelijkheden maar één verhaal. Een alkaloïde is een base, dat wil zeggen: het stikstofatoom in het molecuul kan een waterstofion opnemen. Voeg je zuur toe aan het water, dan gebeurt precies dat. Het alkaloïde krijgt een positieve lading en vormt samen met het zuurrest-ion een zout, en dat zout lost op in water. Zonder toegevoegd zuur blijft het alkaloïde ongeladen, de zogeheten vrije base, en trekt het liever in alcohol of olie. Aanzuren is dus de handeling, het zout is het resultaat. In de plant zelf zitten alkaloïden meestal al als zout van een plantenzuur, zoals appelzuur of citroenzuur. Quaternaire alkaloïden zoals berberine en sanguinarine dragen hun positieve lading permanent; bij hen verandert de pH niets aan de vorm. Permanent geladen betekent overigens niet vanzelf goed oplosbaar: berberinechloride lost slecht op in koud water en aanzienlijk beter in heet water.
Fenolisch2 · FlavonoïdenGlycosiden: heet water en verdunde alcohol. Aglyconen: alcohol.Glycosiden 25 tot 45% ethanol of infuus. Aglyconen 60 tot 70% ethanol.Rutine is het glycoside, quercetine is het aglycon. Rutine is quercetine met de dubbelsuiker rutinose (rhamnose plus glucose) op positie 3 van het skelet. Haal die suiker eraf en je houdt quercetine over; er is geen derde stof in het spel. Het verschil in oplosbaarheid is groot. Quercetine als vrij aglycon lost praktisch niet op in water en vraagt 60 tot 70% ethanol. Rutine lost duidelijk beter op, vooral in heet water en verdunde alcohol, al blijft de oplosbaarheid in koud water beperkt. In de plant komt quercetine bijna altijd als glycoside voor: naast rutine ook quercitrine (met rhamnose), isoquercitrine (met glucose) en hyperoside (met galactose). Een infuus levert daarom vooral glycosiden op en een sterke tinctuur vooral aglyconen. Op het etiket van een extract hoort de vorm te staan die er werkelijk in zit, omdat dosering en werking van beide vormen verschillen.
Fenolisch3 · LooistoffenWater, vooral warm, en verdunde alcohol.25 tot 60% ethanol, of een decoct van 10 tot 20 minuten.Looistoffen binden eiwit. Dat is hun werking op het slijmvlies, maar het gebeurt ook al in de kan: eiwit uit het plantmateriaal zelf, of uit toegevoegde melk, bindt de looistof en slaat neer als vlokken of bodemsel. Wat neerslaat, zit niet meer in de vloeistof en werkt dus niet meer. Sterk gepolymeriseerde looistoffen, dat wil zeggen lange ketens van aan elkaar gekoppelde bouwstenen, zijn daar het gevoeligst voor en verdwijnen bij afkoelen als eerste uit de oplossing. Hydrolyseerbare looistoffen (gallo- en ellagitannines, zoals in eikenschors) blijven beter in oplossing dan gecondenseerde looistoffen (proanthocyanidinen, zoals in blauwe bosbes en druivenpit). Praktisch: een decoct trekt looistoffen goed uit, maar laat de vloeistof niet dagenlang staan.
Fenolisch4 · CumarinenMatig vetminnend: alcohol, en deels warm water. Glycosiden goed in water.45 tot 70% ethanol. Voor aesculine en fraxine volstaat een decoct.Cumarinen vormen geen uniforme groep en daarom bestaat er geen enkel menstruum voor alle. Hydroxycumarinen met een suiker eraan, zoals aesculine en fraxine in paardenkastanjeschors en essenschors, zijn wateroplosbaar en komen in een afkooksel vrij. Furanocumarinen zoals bergapteen dragen een extra ring, zijn duidelijk vetminnender en gaan alleen mee in alcohol of olie; zij zijn ook de stoffen achter de fototoxiciteit van berenklauw en bergamot. Één verwarring is voor de praktijk belangrijker dan alle andere: aesculine is niet aescine. Aesculine is het cumarineglycoside uit de schors van Aesculus hippocastanum; aescine is een triterpeensaponine uit het zaad. Het klinische bewijs voor veneuze klachten hoort bij aescine, en aescine vraagt een ander menstruum (30 tot 60% ethanol) dan aesculine.
Fenolisch5 · Fenolzuren en overige fenolenGoed in water. Bij hogere pH neemt de oplosbaarheid toe, doordat de zuurgroep zijn waterstofion afstaat en negatief geladen raakt.25 tot 50% ethanol, of een vers infuus.Fenolzuren dragen zowel een zuurgroep als hydroxylgroepen aan een aromatische ring en lossen daardoor goed op in water. Ze oxideren echter snel: in contact met zuurstof, warmte en licht kleuren ze bruin en verliezen ze hun antioxidatieve werking. Uren op een warmhoudplaat of in een thermoskan kost meetbaar rozemarijnzuur en chlorogeenzuur. Hier zit een tegenstelling die je bewust moet oplossen: een hogere pH verhoogt de oplosbaarheid, maar versnelt tegelijk de oxidatie. Een licht zuur menstruum remt de afbraak en levert iets minder opbrengst; sterk alkalisch water levert meer, maar wat je wint aan opbrengst verlies je aan houdbaarheid. Vers bereiden en binnen de dag gebruiken is voor deze groep de bepalende factor, meer dan de keuze van het ethanolpercentage.
Terpenoïd6 · Terpenen en etherische oliënVet en hoge alcohol. Nauwelijks water: in de orde van tientallen tot enkele honderden milligrammen per liter.70 tot 96% ethanol, vette olie, of stoomdestillatie.Etherische olie is vluchtig, dat wil zeggen: zij verdampt al ruim onder het kookpunt van water en gaat met de waterdamp mee omhoog. Zet je een infuus zonder deksel, dan verdwijnt dat deel in de keuken. Met deksel condenseert de damp tegen het koudere deksel en loopt terug in de kan; dat is de hele reden voor die regel. Ook mét deksel blijft de opgeloste hoeveelheid klein, omdat etherische olie in water eenvoudigweg slecht oplost. Wie de volledige oliefractie wil, komt uit bij hoge alcohol, een vet menstruum of destillatie. Binnen deze groep zitten daarnaast de niet-vluchtige terpenoïden: triterpenen, fytosterolen en boswelliazuren. Die zijn nog vetminnender dan de vluchtige fractie en komen in water helemaal niet vrij, ook niet met deksel.
Terpenoïd7 · SaponinenWater en verdunde alcohol. Amfifiel, vandaar het schuimen bij schudden.30 tot 60% ethanol.Een saponine bestaat uit een vetminnend steroïd- of triterpeendeel met een of meer suikers eraan vast. Een molecuul met tegelijk een waterminnende en een vetminnende kant heet amfifiel. Dat is dezelfde bouw als zeep, en het verklaart waarom een saponinehoudend aftreksel schuimt zodra je het schudt. Zulke moleculen lossen het best op in een menstruum dat zelf ook beide kanten bedient: water met 30 tot 60% ethanol. Boven ongeveer 70% ethanol wordt het menstruum te apolair voor de suikerkant en daalt de opbrengst weer. Splits je de suiker af, bijvoorbeeld door langdurig koken in zuur, dan blijft het sapogenine over. Dat is puur vetminnend, schuimt niet en heeft een ander werkingsprofiel dan het oorspronkelijke saponine.
Suikergebonden8 · GlycosidenWater en verdunde alcohol. Per definitie polairder dan het bijbehorende aglycon.25 tot 45% ethanol. Bij enzymgevoelige glycosiden: heet water.Een glycoside is elke stof met een suiker aan een niet-suikerdeel, het aglycon. De suiker maakt het geheel wateroplosbaar en houdt het aglycon inactief tot het op de juiste plaats vrijkomt. In levend plantmateriaal ligt naast het glycoside het enzym dat die suiker eraf knipt, β-glucosidase, maar in een ander deel van de cel. Zodra je kneust, snijdt of langzaam droogt, komen enzym en glycoside bij elkaar en begint de splitsing. Bij amygdaline levert dat blauwzuur op, bij salicine salicylalcohol, bij sinigrine allylisothiocyanaat. Water van ongeveer 70 °C en hoger vernietigt de structuur van het enzym en zet de reactie stil; koud weken doet dat niet en laat de omzetting juist doorlopen. Of dat gewenst is, hangt van de stof af: bij mosterd wil je de omzetting wel, bij salicine niet.
Suikergebonden9 · Slijmstoffen en andere polysacharidenKoud water. Zij zwellen in plaats van echt op te lossen.Koude maceratie van 1 tot 2 uur.Slijmstoffen zijn lange ketens van aan elkaar gekoppelde suikers, polysachariden. Ze lossen niet werkelijk op maar nemen water op tussen de ketens en zwellen tot een gel; daarom voelt een aftreksel van heemstwortel dik en glad. Alcohol onttrekt water aan die ketens: boven ongeveer 30 tot 40% ethanol vallen ze uit de oplossing en zakken als draden naar de bodem. Een tinctuur bevat voor deze werking dus vrijwel niets, hoe goed de tinctuur voor andere stofgroepen ook is. Koude maceratie van één tot twee uur geeft de hoogste opbrengst en heeft een tweede voordeel: looistoffen en bitterstoffen komen in koud water veel minder mee, waardoor de drank zacht blijft in plaats van samentrekkend.
Op smaak of prikkel10 · BitterstoffenVerschilt per subgroep. Geen gedeelde oplosbaarheid.Secoiridoïdglycosiden: water. Sesquiterpeenlactonen: 45 tot 70% ethanol.Bitter is een smaakwaarneming, geen chemische groep. De bitterreceptoren op de tong, de TAS2R-familie, reageren op moleculen van zeer uiteenlopende bouw. Wat bitter smaakt heeft daarom geen gedeelde oplosbaarheid, en dat is precies waarom deze regel in twee delen uiteenvalt. Gentiopicroside uit gentiaanwortel is een secoiridoïdglycoside: het draagt een suiker, lost goed op in water en een gewoon aftreksel volstaat. Absinthine uit alsem is een sesquiterpeenlacton: vetminnend, zonder suiker, en pas in 45 tot 70% ethanol goed te winnen. Wie beide bereidt als thee, krijgt bij de ene wel en bij de andere geen bruikbaar extract. De bittersmaak zegt dus iets over de werking en niets over het menstruum.
Op smaak of prikkel11 · ScherpstoffenVet en hoge alcohol. Vrijwel niet in water.70 tot 96% ethanol, of een vet menstruum (olie-extract).Scherp is net als bitter een prikkel en geen chemische groep. De betrokken stoffen werken op TRPV1 en TRPA1, receptoren van het warmte- en pijnzintuig, en niet op een smaakreceptor. Functioneel delen ze wel één eigenschap: ze zijn allemaal sterk vetminnend. Capsaïcinoïden uit Spaanse peper, gingerolen uit gember en piperine uit peper komen in water vrijwel niet in oplossing. Een thee van gemberwortel werkt daarom via andere stoffen (etherische olie, kleine hoeveelheden gingerol) dan een olie-extract of tinctuur van dezelfde wortel. Hetzelfde principe verklaart waarom water de brand van een peper niet blust en volle melk of olie wel: capsaïcine lost op in vet en wordt daarmee van de receptor gespoeld.
Op smaak of prikkel12 · ZwavelverbindingenVoorloper: water. Omzettingsproduct: vet en vluchtig.Vers kneuzen, korte koude bereiding, of een olie-extract.Bij deze groep verandert de stof tijdens de bereiding, en dat is geen bijzaak maar de kern. In de intacte knoflookteen zit alliine: wateroplosbaar, geurloos en zonder de werking die aan knoflook wordt toegeschreven. Kneuzen brengt het enzym alliinase erbij, dat binnen seconden allicine vormt: vluchtig, vetminnend, sterk ruikend en chemisch instabiel, want het valt binnen minuten tot uren uiteen in sulfiden. Hetzelfde patroon geldt voor glucosinolaten in mosterd en kool, die door het enzym myrosinase in isothiocyanaten overgaan. Verhit je het materiaal vóór het kneuzen, dan is het enzym vernietigd en ontstaat het werkzame product niet meer. Vers kneuzen, enkele minuten laten staan en daarna kort of koud verwerken is de enige route naar het omzettingsproduct.

De ethanol-as

Onderstaande verdeling vat de kolom Praktisch menstruum samen in vier banden. Zij dient als geheugensteun bij het kiezen van een percentage, niet als vervanging van de tabel hierboven.

0 tot 25%

Slijmstoffen en andere polysachariden. Water of zeer verdunde alcohol, koud aangezet.

25 tot 45%

Glycosiden, flavonoïdglycosiden, fenolzuren, looistoffen, saponinen.

45 tot 70%

Alkaloïden, cumarinen, sesquiterpeenlactonen, flavonoïdaglyconen.

70 tot 96%

Etherische oliën, scherpstoffen, harsen, triterpenen.

De percentages zijn galenische conventie, geen exacte meetwaarden. Zij variëren per drogerij, per batch en per vochtgehalte van het uitgangsmateriaal.

Begrippen scherp gesteld

BegripDefinitie
Polair en apolairPolair betekent: de lading is binnen het molecuul ongelijk verdeeld. Apolair betekent: die ongelijkheid ontbreekt. Water is polair, olie is apolair, ethanol zit ertussenin.
Hydroxylgroep (OH)Een zuurstofatoom met een waterstofatoom eraan, vastgezet aan het koolstofskelet. Elke OH-groep maakt een molecuul waterminnender en kan waterstofbruggen vormen.
Carboxylgroep (COOH)De zuurgroep: een koolstofatoom met daaraan zowel een dubbelgebonden zuurstof als een OH-groep. Kan een waterstofion afstaan en dan negatief geladen raken.
pHMaat voor de zuurgraad van een vloeistof, van 0 tot 14. Onder 7 zuur, 7 neutraal, boven 7 basisch. Elke stap van 1 is een factor tien.
FenolEen aromatische ring met minstens één hydroxylgroep die direct aan die ring gebonden zit. Niet: een organische chemische verbinding, want die omschrijving sluit niets uit.
TerpenoïdeOpgebouwd uit isopreeneenheden van vijf koolstofatomen, met zuurstofhoudende modificaties zoals hydroxyl-, keton- of estergroepen. Niet: organische stoffen.
AglyconHet niet-suikerdeel van een glycoside. Vrijwel altijd minder wateroplosbaar dan het glycoside waaruit het komt.
AmfifielEen molecuul met zowel een waterminnende als een vetminnende kant, zoals een saponine. Zeep werkt volgens hetzelfde principe.

Wat deze tabel blootlegt in de indeling

  • De familie Op smaak of prikkel is functioneel gedefinieerd en niet chemisch. Zij heeft daarom geen gedeelde oplosbaarheid: gentiopicroside en absinthine staan in dezelfde familie en vragen een verschillend menstruum. Dat maakt de indeling niet onbruikbaar, wel onbruikbaar als voorspeller van de bereiding.
  • Bij de familie Suikergebonden klopt de stelling dat de suiker de oplosbaarheid bepaalt, maar groep 8 en groep 9 gedragen zich in ethanol tegengesteld: glycosiden lossen op, polysachariden slaan neer. Dat verschil weegt in de praktijk zwaarder dan de gedeelde eigenschap.
  • Bij groep 2 en groep 4 is niet de familie doorslaggevend maar de glycosidering. Een aglycon en het bijbehorende glycoside zijn qua bereiding twee afzonderlijke stoffen, ook al staan ze in dezelfde regel.
  • De families zijn geordend naar chemische bouw, het menstruum volgt uit polariteit, glycosidering en lading. Die drie factoren snijden dwars door de families heen. De tabel is daarom een geheugensteun en geen rekenregel.

Inhoudsstoffen alfabetisch

De kolom Groep verwijst naar de nummering van de tabel hierboven. Stoffen die niet in die twaalf groepen passen, staan als Buiten de indeling gemarkeerd in plaats van geforceerd ingedeeld; dat geldt voor de vetzuren. Twee andere afwijkingen staan in de kolom zelf: fenylpropanoïden zoals anethol, eugenol en estragol zitten wel in etherische oliën maar zijn chemisch geen terpenoïden, en glucosinolaten zijn tegelijk glycoside en zwavelverbinding.

De kolom Dosering staat los van de kolom Aandachtspunt: de eerste geeft hoeveelheden, de tweede beperkingen, contra-indicaties en interacties. In de doseringskolom staat, waar van toepassing, achtereenvolgens de drogerij, het gestandaardiseerde extract en de tinctuur met verhouding, ethanolpercentage en aantal milliliter per dag. Die tinctuurwaarden gelden voor de betreffende drogerij en niet voor de geïsoleerde stof; zij zijn galenische conventie uit de British Herbal Pharmacopoeia en de ESCOP-monografieën. Waar een tinctuur ongeschikt is, zoals bij slijmstoffen en bij stoffen die slecht in alcohol oplossen, staat dat vermeld. Enkele stoffen zijn opgenomen omdat zij in het cursusmateriaal voorkomen en niet omdat zij toepasbaar zijn: cardiale glycosiden, tropaanalkaloïden, glycoalkaloïden en cyanogene glycosiden horen niet in de fytotherapeutische praktijk en staan hier als toxicologische referentie. Voor de behandeling van een cliënt geldt de monografie van het kruid, niet deze tabel.

137 stoffen
StofGroepBelangrijkste bronOplosbaarheid en menstruumWerkingDoseringAandachtspunt
Absinthine10 · Bitterstoffen (sesquiterpeenlacton)Artemisia absinthiumVetminnend, geen suiker. 45 tot 70% ethanol; een thee levert weinig op.Zeer sterke bitterstof, reflectoire prikkeling van speeksel-, maagzuur- en galsecretie. Het toxicologische risico van alsem ligt bij thujon, niet bij absinthine.Drogerij 1 tot 1,5 g per dag. Tinctuur Artemisiae absinthii herba 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 2 ml per dag, verdeeld voor de maaltijden.Kortdurend, maximaal enkele weken. Het risico ligt bij thujon: niet bij zwangerschap en epilepsie.
Aescine7 · SaponinenZaad van Aesculus hippocastanumAmfifiel triterpeensaponine. 30 tot 60% ethanol.Vermindert oedeem, zwaar gevoel en jeuk bij chronische veneuze insufficiëntie; het best onderbouwde bestanddeel van deze plant.100 tot 150 mg aescine per dag in twee giften. Gestandaardiseerd zaadextract 250 tot 375 mg met 16 tot 20% triterpeenglycosiden, tweemaal daags. Tinctuur zaad 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 4 ml per dag.Maagsapresistente vorm is nodig; vrij aescine prikkelt het maagslijmvlies. Niet bij nierinsufficiëntie.
Aesculine4 · Cumarinen (glycoside)Schors van Aesculus hippocastanum, Fraxinus excelsiorWateroplosbaar door de glucose-eenheid. Decoct of 25 tot 45% ethanol.Zwak capillairbeschermend. Niet verwarren met aescine uit het zaad: daar ligt het klinische bewijs en dat vraagt een ander menstruum.Geen dosering voor de losse stof. Schorsdecoct 1 tot 2 g per kop. Tinctuur schors 1:5 in 45% ethanol, 2 tot 4 ml per dag.Het klinische bewijs bij veneuze klachten hoort bij aescine uit het zaad, niet bij deze stof uit de schors.
Alliine en allicine12 · ZwavelverbindingenAllium sativumAlliine wateroplosbaar en geurloos. Allicine ontstaat pas bij kneuzen, is vetminnend, vluchtig en binnen uren afgebroken.Bescheiden daling van bloeddruk en lipiden in meta-analyses. Remt de trombocytenaggregatie.600 tot 900 mg knoflookpoeder per dag met circa 1,3% alliine, of 4 g verse teen. Extract gestandaardiseerd op 4 tot 5 mg allicinepotentieel.Tinctuur is minder geschikt: allicine breekt in alcohol snel af. Staken circa 7 dagen voor een ingreep.
Aloïne8 · Glycosiden (antrachinon-C-glycoside)Latex van Aloe ferox en Aloe vera, niet de gelWateroplosbaar. De C-glycosidebinding wordt niet door β-glucosidase gesplitst, wel door darmflora.Laxans: prikkelt de colonmotoriek en remt de wateropname. Werkt pas na 8 tot 12 uur.15 tot 30 mg hydroxyantraceenderivaten per dag, uitsluitend als geneesmiddel.In EU-supplementen verboden. Maximaal 1 tot 2 weken. Niet bij zwangerschap, darmobstructie of kinderen onder 12 jaar.
Amarogentine10 · Bitterstoffen (secoiridoïdglycoside)Wortel van Gentiana luteaGoed wateroplosbaar. Infuus of 25 tot 45% ethanol.Sterkst bekende natuurlijke bitterstof, bitterwaarde in de orde van 1:50.000.000. Bepaalt de bitterwaarde van gentiaan meer dan gentiopicroside.Drogerij 1 tot 4 g per dag. Tinctuur Gentianae radix 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 3 ml per dag, circa 15 minuten voor de maaltijd.Niet in capsules: de werking begint op de tong. Niet bij maag- of duodenumulcus.
Amygdaline8 · Glycosiden (cyanogeen)Zaad van Prunus dulcis var. amara, Prunus armeniacaWateroplosbaar. Splitst bij kneuzen en koud weken door β-glucosidase; heet water stopt dat.Levert blauwzuur. Als laetrile gepromoot bij kanker; werkzaamheid is nooit aangetoond, vergiftigingen wel.Niet toepassen.Bittere amandel is als drogerij ongeschikt. Vergiftigingen met laetrile zijn beschreven, werkzaamheid niet.
Anethol6 · Etherische oliën (fenylpropanoïde, niet terpenoïd)Pimpinella anisum, Foeniculum vulgare, Illicium verumVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol of destillaat.Spasmolytisch op de darm en secretomotorisch op de luchtwegen. Zwak oestrogeenachtig in vitro.Anijszaad 1 tot 3 g per kop, driemaal daags. Anijsolie 0,05 tot 0,2 ml per dag. Tinctuur 1:5 in 70% ethanol, 1 tot 3 ml per dag.Bij venkel geldt daarnaast de beperking wegens estragol. Kruisallergie binnen de Apiaceae mogelijk.
Apigenine2 · Flavonoïden (flavon, aglycon)Matricaria chamomilla, Petroselinum crispum, Apium graveolensAls aglycon slecht in water, 60 tot 70% ethanol. In de plant vooral als apiine, en dan wel in water.Bindt in vitro zwak aan de benzodiazepinebindingsplaats van de GABA-A-receptor. Klinisch bewijs voor de losse stof ontbreekt.Geen dosering voor de losse stof. Kamillebloem 3 g per kop, driemaal daags. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 4 ml driemaal daags.Het kalmerende signaal komt uit trials met kamille-extract, niet met apigenine als losse stof.
Apiol6 · Etherische oliën (fenylpropanoïde)Zaad van Petroselinum crispumVetminnend en vluchtig. Alleen via olie of hoge ethanol.Historisch als abortivum gebruikt. Nefrotoxisch en hepatotoxisch; sterfgevallen beschreven.Niet toepassen.Peterseliezaadolie is gecontra-indiceerd, ook buiten de zwangerschap. Nefrotoxisch en hepatotoxisch.
Arabinogalactaan-eiwitten9 · PolysacharidenEchinacea purpurea, vers persap en wortelWateroplosbaar. Koude of lauwe maceratie; slaan neer boven 30 tot 40% ethanol.Immunomodulerend in vitro; naast alkylamiden dragend voor het echinacea-profiel. Klinisch effect op verkoudheidsduur is bescheiden.Vers persap Echinacea purpurea 6 tot 9 ml per dag.Een sterke tinctuur bevat deze fractie nauwelijks: boven 30 tot 40% ethanol slaat zij neer.
Arabinogalactanen9 · SlijmstoffenMalva sylvestris, Plantago lanceolata, Larix deciduaKoud water; zwellen tot gel. Slaan neer boven 30 tot 40% ethanol.Vormen een film op het slijmvlies en verminderen daardoor de hoestprikkel.Drogerij 2 tot 5 g koud aangezet gedurende 1 tot 2 uur, twee tot drie keer per dag.Geen tinctuur: slaat neer boven 30 tot 40% ethanol. Scheiden van medicatie in tijd.
Arabinoxylanen9 · SlijmstoffenZaad van Linum usitatissimum, zaadvlies van Plantago ovataKoud water; binden een veelvoud aan water zonder echt op te lossen.Volumevergrotend, normaliseren de consistentie van de ontlasting in beide richtingen.Lijnzaad 10 tot 15 g per keer. Psyllium 5 tot 10 g per dag.Altijd met ruim water. Medicatie minimaal 1 uur ervoor of erna innemen.
Arabische gom9 · PolysacharidenGom van Senegalia senegalZeer goed wateroplosbaar, ook in hoge concentratie; vormt geen gel.Emulgator en dragerstof in galenische bereidingen. Prebiotisch effect in kleine trials.Als hulpstof in bereidingen. Als vezel 10 tot 20 g per dag.Geleidelijk opbouwen wegens flatulentie.
Arbutine8 · Glycosiden (hydrochinonglycoside)Blad van Arctostaphylos uva-ursiWateroplosbaar. Koude maceratie van 12 tot 24 uur geeft minder looistof dan een infuus, met gelijk arbutinegehalte.Wordt in de urinewegen tot hydrochinon omgezet en werkt daar antibacterieel. Vraagt een neutrale tot licht alkalische urine.400 tot 840 mg hydrochinonderivaten per dag, verdeeld over 3 tot 4 giften. Drogerij 3 g per kop, koud aangezet.Maximaal 1 week en niet vaker dan 5 keer per jaar. Tinctuur ongeschikt: die trekt vooral looistof mee.
Atropine1 · Alkaloïden (tropaan)Atropa belladonna, Datura stramoniumVrije base vetminnend, sulfaatzout goed wateroplosbaar. Aanzuren verhoogt de opbrengst sterk.Competitieve antagonist van muscarinereceptoren: droge mond, mydriasis, tachycardie, remming van de darmperistaltiek.Uitsluitend als geregistreerd geneesmiddel.Belladonna is receptplichtig. De therapeutische breedte is smal, bij kinderen zeer smal.
Aucubine8 · Glycosiden (iridoïd)Plantago lanceolata, Plantago majorWateroplosbaar. Warm infuus; bij koud weken splitst het enzym de stof en verbruint het extract.Antibacterieel na enzymatische activering, mild ontstekingsremmend op het slijmvlies.Drogerij 2 tot 4 g per kop, driemaal daags. Tinctuur 1:5 in 25% ethanol, 2 tot 4 ml driemaal daags. Vers persap 5 tot 10 ml per dag.Bruinkleuring van de drogerij wijst op enzymatische afbraak en dus op verlies van werkzame stof.
Avenacosiden7 · Saponinen (steroïd)Groen kruid van Avena sativaAmfifiel. 30 tot 60% ethanol.Steroïdsaponinen van het haverkruid. Dragen bij aan het traditionele gebruik bij nervositeit; klinisch nauwelijks onderbouwd.Tinctuur Avenae herba 1:5 in 45% ethanol, 3 tot 5 ml driemaal daags.Traditioneel gebruik; klinisch nauwelijks onderbouwd.
Berberine1 · Alkaloïden (quaternair)Berberis vulgaris, Coptis chinensis, Hydrastis canadensisPermanent geladen. Heet water of 45 tot 60% ethanol; het chloridezout lost slecht op in koud water.Activeert AMPK. Verlaagt nuchtere glucose en LDL in meta-analyses van overwegend kleine trials. Antimicrobieel in vitro.500 mg twee tot drie keer per dag als geïsoleerde stof. Tinctuur Berberidis cortex 1:5 in 60% ethanol, 1 tot 3 ml per dag.Beschikbaarheid onder 1%. Niet bij zwangerschap en neonaten. Interacties via CYP3A4 en P-glycoproteïne.
Bergapteen (5-MOP)4 · Cumarinen (furanocumarine)Heracleum mantegazzianum, Citrus bergamia, Ficus caricaVetminnend. 70 tot 96% ethanol of vet menstruum; niet in water.Fototoxisch: vormt onder UVA covalente bindingen met DNA. In de dermatologie als PUVA toegepast.Niet inwendig zonder indicatie.Na uitwendig contact zonlicht mijden. Berenklauw geeft ernstige blaren en langdurige pigmentatie.
β-Glucanen9 · PolysacharidenAvena sativa, Hordeum vulgare, Lentinula edodes, Ganoderma lucidumAfhankelijk van de vertakking koud tot heet water; paddenstoelglucanen vragen een langdurig decoct.Haver- en gerstglucanen verlagen LDL door binding van galzuren. Paddenstoelglucanen zijn immunomodulerend, klinisch beperkt onderbouwd.3 g β-glucaan per dag uit haver of gerst.Voor paddenstoelpreparaten bestaat geen vastgestelde dosering; extractie vraagt een langdurig decoct.
Bisabolol6 · Terpenen (sesquiterpeenalcohol)Matricaria chamomilla, Vanillosmopsis erythropappaVetminnend en vluchtig. 70 tot 96% ethanol of vette olie.Ontstekingsremmend en spasmolytisch. Op de huid beter verdragen dan chamazuleen.Uitwendig 0,1 tot 1% in zalf of draagolie.Geen inwendige dosering vastgesteld.
Boswelliazuren6 · Terpenen (triterpeenzuren)Hars van Boswellia serrataSterk vetminnend. Alleen hoge ethanol of een vet menstruum; water levert niets op.Remmen 5-lipoxygenase en daarmee de leukotrieensynthese. Onderzocht bij artrose en inflammatoire darmziekte.300 tot 400 mg driemaal daags van een extract met circa 60% boswelliazuren.Met vet innemen; zonder vet is de opname zeer laag. Een thee levert niets op.
Cafeïne1 · Alkaloïden (purine)Coffea arabica, Camellia sinensis, Paullinia cupanaMatig wateroplosbaar, duidelijk beter heet. 40 tot 60% ethanol.Adenosineantagonist: verhoogt alertheid, verkort reactietijd, licht diuretisch bij niet-gewenden.100 tot 200 mg per gift.Boven circa 400 mg per dag nemen slaap- en angstklachten toe. In de zwangerschap maximaal 200 mg per dag.
Cafeïnezuur (koffiezuur)5 · FenolzurenVrijwel alle groene plantendelen; Echinacea, Cynara, koffieGoed in water, beter warm. 25 tot 50% ethanol. Oxideert snel.Antioxidatief. Vooral van belang als bouwsteen van chlorogeenzuur, cichoreizuur, cynarine en rozemarijnzuur; zelden vrij aanwezig.Geen dosering voor de losse stof.Komt in de praktijk voor als bouwsteen van chlorogeenzuur, cichoreizuur, cynarine en rozemarijnzuur.
Capsaïcinoïden11 · ScherpstoffenCapsicum annuum, Capsicum frutescensSterk vetminnend. 70 tot 96% ethanol of vette olie; water lost ze niet op.TRPV1-agonist. Bij herhaalde toepassing raken de nociceptoren gedefunctionaliseerd en neemt de pijngeleiding af.Crème 0,025 tot 0,075%, drie tot vier keer per dag. Uitwendig olie-extract of tinctuur 1:20 in 90% ethanol.Minimaal 2 tot 4 weken volhouden; de eerste dagen brandt het. Niet op beschadigde huid; handen wassen na aanbrengen.
Carnosolzuur6 · Terpenen (diterpeen)Blad van Rosmarinus officinalis, Salvia officinalisSterk vetminnend. 70 tot 96% ethanol of olie; water levert niets op.Krachtige vetoplosbare antioxidant; remt vetoxidatie. Valt bij warmte en licht uiteen tot carnosol.Geen therapeutische dosering vastgesteld.Als extract (E392) in levensmiddelen. Degradeert bij warmte en licht tot carnosol.
Carvacrol6 · Terpenen (fenolisch monoterpeen)Origanum vulgare, Thymus ct carvacrolVetminnend met een fenolische OH-groep; iets beter in 45 tot 70% ethanol dan neutrale terpenen.Verstoort het bacteriële membraan; antimicrobieel in vitro. Sterk slijmvliesprikkelend.Drogerij 1 tot 2 g per kop, driemaal daags. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 2 ml driemaal daags.Onverdunde etherische olie inwendig is te prikkelend voor het slijmvlies.
Castalagine3 · Looistoffen (ellagitannine)Kernhout van Quercus robur, Castanea sativaWateroplosbaar, 25 tot 60% ethanol. Slaat neer bij eiwitcontact en bij afkoelen.Samentrekkend op het slijmvlies, remt bacteriële hechting. Bepaalt met vescalagine de looismaak van houtgerijpte dranken.Geen dosering voor de losse stof. Eikenschors uitwendig circa 20 g per liter.Inwendig niet langdurig: looistoffen verminderen de opname van ijzer en van alkaloïden.
Catechine2 · Flavonoïden (flavan-3-ol)Camellia sinensis, Theobroma cacao, CrataegusRedelijk wateroplosbaar, beter warm; 25 tot 50% ethanol. Oxideert snel tot theaflavinen.Antioxidatief; verbetert de endotheelfunctie in trials met cacaoflavanolen.200 mg cacaoflavanolen per dag voor het vaateffect.Sterk gealkaliseerde cacao bevat ze nauwelijks; het procedé breekt de flavanolen af.
Chamazuleen6 · Terpenen (sesquiterpeen)Ontstaat uit matricine van Matricaria chamomillaVetminnend, vluchtig, diepblauw. Alleen via stoomdestillatie of hoge ethanol.Ontstekingsremmend. Belangrijk: chamazuleen zit niet in de plant maar ontstaat pas tijdens destillatie uit matricine. Een thee bevat het niet.Uitwendig kamille-olie 1 tot 5% in een draagolie.Zit niet in de plant maar ontstaat pas bij destillatie. Een thee bevat het niet.
Chlorogeenzuur5 · FenolzurenGroene Coffea arabica, Cynara scolymus, Helianthus tuberosusGoed wateroplosbaar. Infuus of 25 tot 45% ethanol. Oxideert bij lang warm staan.Remt α-glucosidase; bescheiden bloeddrukdaling in kleine trials. Enkele veelgeciteerde afvalstudies met groene-koffie-extract zijn ingetrokken.200 tot 400 mg per dag in trials.Enkele veelgeciteerde afvalstudies zijn ingetrokken; presenteer dat effect niet als vaststaand.
Cichoreizuur5 · FenolzurenEchinacea purpurea, Cichorium intybusGoed wateroplosbaar. Vers persap of 25 tot 45% ethanol. Breekt tijdens drogen af door polyfenoloxidase.Immunomodulerend in vitro; gebruikt als markerstof voor de kwaliteit van echinaceapreparaten.Vers persap Echinacea purpurea 6 tot 9 ml per dag. Tinctuur 1:5 in 55% ethanol, 2 tot 3 ml driemaal daags.Breekt tijdens drogen af. De verwerkingssnelheid bepaalt het gehalte meer dan het menstruum.
1,8-cineol (eucalyptol)6 · Terpenen en etherische oliënEucalyptus globulus, Rosmarinus officinalis, Salvia officinalisVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol of destillaat.Secretomotorisch op het bronchiale epitheel en ontstekingsremmend. Onderzocht bij bronchitis en sinusitis.200 mg driemaal daags in maagsapresistente capsules.Niet op het gezicht van zuigelingen en peuters: risico op laryngospasme.
Citral6 · Terpenen (monoterpeenaldehyde)Cymbopogon citratus, Melissa officinalis, Litsea cubebaVluchtig, vetminnend, sterk oxidatiegevoelig. 70 tot 96% ethanol.Spasmolytisch en sedatief in dierstudies. Bekend huidsensibiliserend bestanddeel; geoxideerde olie sensibiliseert sterker.Uitwendig 0,5 tot 1% verdund.Geoxideerde olie sensibiliseert sterk. Koel, donker en afgesloten bewaren.
Citronellal6 · Terpenen (monoterpeenaldehyde)Cymbopogon nardus, Corymbia citriodora, Melissa officinalisVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Insectwerend; basis van citronellapreparaten. Sensibiliserend zoals citral.Uitwendig verdund toepassen.Geen inwendige dosering vastgesteld. Sensibiliserend, zoals citral.
Cnicine10 · Bitterstoffen (sesquiterpeenlacton)Cnicus benedictusMatig wateroplosbaar, duidelijk beter in 45 tot 70% ethanol.Bitterstof met reflectoire prikkeling van maag- en galsecretie. Als lacton mogelijk contactallergeen.Drogerij 1,5 tot 2 g per kop voor de maaltijd. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 2 ml driemaal daags.Als sesquiterpeenlacton mogelijk contactallergeen. Niet bij bekende composietenallergie.
Convallatoxine8 · Glycosiden (cardiaal)Convallaria majalisWateroplosbaar.Remt de natrium-kaliumpomp zoals digoxine, maar met onvoorspelbare opname uit plantmateriaal.Niet toepassen.Uitsluitend van toxicologisch belang. Ook het water uit een vaas met lelietjes is toxisch.
Cumarine4 · Cumarinen (vrij)Melilotus officinalis, Galium odoratum, Cinnamomum cassiaMatig vetminnend. 45 tot 70% ethanol; deels in warm water.Geurstof van gemaaid gras. In hoge dosis lymfedrainerend. Bij een deel van de bevolking levertoxisch door een afwijkende afbraakroute.Geen therapeutische dosering.Tolerabele dagelijkse inname 0,1 mg per kg lichaamsgewicht (EFSA). Relevant bij cassiakaneel.
Curcumine5 · Overige fenolen (diarylheptanoïde)Wortelstok van Curcuma longaPraktisch onoplosbaar in water. 70 tot 96% ethanol of vet menstruum.Remt NF-κB in vitro; klinisch matig bewijs bij artrose. De stof verstoort veel laboratoriumtests, waardoor in-vitroresultaten terughoudend te lezen zijn.500 tot 2000 mg per dag met 20 mg piperine, of 500 tot 1000 mg gefosfolipideerd extract. Extract gestandaardiseerd op 95% curcuminoïden.Met een tinctuur is deze dosering niet te halen. Niet bij galwegobstructie.
Cyanidine- en delphinidineglycosiden2 · Flavonoïden (anthocyanen)Vaccinium myrtillus, Ribes nigrum, Sambucus nigraGoed wateroplosbaar. Kleur en stabiliteit hangen van de pH af: rood en stabiel onder pH 3, blauw en snel afbrekend boven pH 5.Capillairbeschermend en antioxidatief. Het gebruik bij visusklachten is beperkt onderbouwd.160 tot 480 mg anthocyanen per dag. Vaccinium myrtillus-extract met 36% anthocyanen, 160 mg tweemaal daags.Aanzuren verlengt de houdbaarheid. Boven pH 5 breken zij binnen dagen af.
Cynarine5 · Fenolzuren (dicafeoylchinazuur)Blad van Cynara scolymusWateroplosbaar. Infuus of 25 tot 45% ethanol.Choleretisch; verlaagt in meta-analyses licht het totaalcholesterol. Ontstaat deels pas tijdens de bereiding uit chlorogeenzuur.Extract 300 tot 640 mg driemaal daags. Tinctuur Cynarae folium 1:5 in 45% ethanol, 2 tot 4 ml driemaal daags.Niet bij galwegobstructie of galstenen. Composietenallergie is contra-indicatie.
Daidzeïne2 · Flavonoïden (isoflavon)Glycine max, Trifolium pratenseAglycon slecht in water; in de plant als daidzine en dan wel wateroplosbaar. 45 tot 70% ethanol.Fyto-oestrogeen met voorkeur voor oestrogeenreceptor bèta. Ongeveer een derde van de mensen zet het door darmflora om in het actievere equol.40 tot 80 mg isoflavonen per dag uit gestandaardiseerd soja- of rodeklaverextract.Effect op opvliegers is bescheiden. Terughoudend bij hormoongevoelige tumoren.
Demethoxycurcumine5 · Overige fenolen (diarylheptanoïde)Wortelstok van Curcuma longaAls curcumine praktisch onoplosbaar in water. 70 tot 96% ethanol of vet.Tweede component van het curcuminoïdmengsel; werkingsprofiel loopt parallel aan curcumine, het gehalte ligt lager.Meegerekend in de standaardisatie op totaal curcuminoïden.Zie curcumine voor dosering en aandachtspunten.
Digitoxine8 · Glycosiden (cardiaal)Blad van Digitalis purpureaVetminnender dan digoxine door één hydroxylgroep minder; 45 tot 70% ethanol.Zelfde aangrijpingspunt als digoxine, maar met een halfwaardetijd van circa een week; stapelt daardoor sterk.Niet toepassen in de fytotherapie.Uitsluitend geregistreerd geneesmiddel. Stapelt door de halfwaardetijd van circa een week.
Digoxine8 · Glycosiden (cardiaal)Blad van Digitalis lanataWateroplosbaar door drie digitoxosesuikers.Remt de natrium-kaliumpomp: positief inotroop, vertraagt de AV-geleiding. Smalle therapeutische breedte; kaliumtekort verhoogt de toxiciteit.Niet toepassen in de fytotherapie.Streefspiegel 0,5 tot 0,9 ng/ml. Kaliumtekort, ook door zoethout of laxantia, verhoogt de toxiciteit.
Diosgenine7 · Saponinen (sapogenine, aglycon)Wortelstok van Dioscorea villosaAls vrij sapogenine vetminnend, 70 tot 96% ethanol. Het glycoside dioscine is wél wateroplosbaar.Industriële grondstof voor de chemische synthese van steroïdhormonen. Het menselijk lichaam kan die omzetting niet uitvoeren: yamscrème levert geen progesteron.Geen hormonale dosering.Yamscrème levert geen progesteron: de omzetting naar steroïdhormoon vindt in het lichaam niet plaats.
Epicatechine2 · Flavonoïden (flavan-3-ol)Theobroma cacao, Camellia sinensisRedelijk wateroplosbaar, beter warm; 25 tot 50% ethanol.Verbetert de stikstofmonoxide-afhankelijke vaatverwijding; het best onderbouwde cacaobestanddeel.200 mg cacaoflavanolen per dag.Zie catechine. Alkalisering van cacao vernietigt de fractie.
Epigallocatechinegallaat (EGCG)2 · Flavonoïden (flavan-3-ol-ester)Ongefermenteerd blad van Camellia sinensisWateroplosbaar, beter warm; onstabiel boven pH 7. 25 tot 50% ethanol.Antioxidatief, remt in vitro diverse enzymen. Klinische effecten op gewicht en lipiden zijn klein.Groene thee 2 tot 3 koppen per dag. In trials 300 tot 600 mg EGCG per dag uit extract.Vanaf 800 mg per dag uit supplementen zijn leverbeschadigingen gemeld. Niet nuchter innemen.
Estragol6 · Etherische oliën (fenylpropanoïde)Artemisia dracunculus, Foeniculum vulgare, Ocimum basilicumVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Genotoxisch en carcinogeen in dierstudies na metabole activering. Grond voor de beperkingen op venkelpreparaten.Geen dosering; blootstelling zo laag als redelijk mogelijk.Venkelthee niet bij kinderen onder 4 jaar en niet langdurig bij volwassenen.
Eugenol6 · Etherische oliën (fenylpropanoïde)Syzygium aromaticum, Ocimum, CinnamomumVetminnend met fenolische OH-groep. 70 tot 96% ethanol.Lokaal anesthetisch en antiseptisch; klassiek in de tandheelkunde. Sterk slijmvliesprikkelend en sensibiliserend.Uitwendig 0,5 tot 1%. Kruidnagelolie op tandvlees kortdurend en sterk verdund.Onverdund geeft weefselschade. Bekend contactallergeen.
Forskoline6 · Terpenen (diterpeen)Wortel van Plectranthus barbatus (Coleus forskohlii)Vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Activeert adenylaatcyclase rechtstreeks en verhoogt cyclisch AMP. Onderzocht bij glaucoom en astma; orale trials klein en van matige kwaliteit.250 mg extract met 10% forskoline, tweemaal daags.Trials zijn klein en van matige kwaliteit. Niet combineren met bloeddrukverlagers.
Fraxine4 · Cumarinen (glycoside)Schors van Fraxinus excelsiorWateroplosbaar. Decoct of 25 tot 45% ethanol.Zwak ontstekingsremmend en capillairbeschermend; markerstof naast aesculine.Geen dosering voor de losse stof. Essenschorsdecoct 1 tot 2 g per kop.Markerstof; klinisch niet zelfstandig onderbouwd.
Galactomannanen9 · SlijmstoffenZaad van Trigonella foenum-graecum, Cyamopsis tetragonolobaKoud water; sterk viskeus. Slaan neer in ethanol boven 30 tot 40%.Vertragen de maaglediging en de glucoseopname; verlagen de postprandiale glucosepiek.Fenegriek 5 tot 10 g per dag.Met ruim water innemen. Scheiden van medicatie in tijd; kan glucoseverlagende medicatie versterken.
Galluszuur5 · FenolzurenQuercus robur, Rhus, Camellia sinensisGoed wateroplosbaar. Infuus of 25 tot 50% ethanol.Bouwsteen van de hydrolyseerbare looistoffen. Vrij aanwezig antioxidatief en licht samentrekkend.Geen dosering voor de losse stof.Zie looistoffen. Niet langdurig inwendig wegens verminderde ijzeropname.
γ-Linoleenzuur (GLA)Buiten de indeling: vetzurenOenothera biennis, Borago officinalis, Ribes nigrumOnoplosbaar in water. Koudgeperste olie; oxideert snel en vraagt donkere verpakking.Omzeilt het Δ6-desaturase, de enzymstap die bij een deel van de mensen traag verloopt. Voorloper van ontstekingsremmende eicosanoïden.320 tot 480 mg GLA per dag. Teunisbloemolie 3 tot 6 g per dag.Bij eczeem vond een Cochrane-review geen relevant effect. Olie oxideert; donker en koel bewaren.
Genisteïne2 · Flavonoïden (isoflavon)Glycine max, Trifolium pratenseAglycon slecht in water; als genistine wél wateroplosbaar. 45 tot 70% ethanol.Fyto-oestrogeen met voorkeur voor oestrogeenreceptor bèta; remt in vitro tyrosinekinasen.40 tot 80 mg isoflavonen per dag uit gestandaardiseerd extract.Terughoudend bij hormoongevoelige tumoren; het bewijs is niet eenduidig.
Gentiopicroside10 · Bitterstoffen (secoiridoïdglycoside)Wortel van Gentiana luteaGoed wateroplosbaar door de suiker. Infuus of 25 tot 45% ethanol.Prikkelt bittersmaakreceptoren, waarna reflectoir speeksel, maagzuur en gal toenemen. De werking begint in de mond; capsules omzeilen het mechanisme.Drogerij 1 tot 4 g per dag. Tinctuur Gentianae radix 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 3 ml per dag, 15 minuten voor de maaltijd.Niet in capsules: de werking begint op de tong. Niet bij ulcus of hyperaciditeit.
Geraniol6 · Terpenen (monoterpeenalcohol)Pelargonium graveolens, Rosa damascena, CymbopogonVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Antimicrobieel en mild spasmolytisch. In cosmetica een verplicht te vermelden allergeen.Uitwendig verdund toepassen.Verplicht te vermelden allergeen in cosmetica.
Gingerolen en shogaolen11 · ScherpstoffenWortelstok van Zingiber officinaleVetminnend. 70 tot 96% ethanol of olie-extract. Verse wortel bevat gingerolen; drogen en verhitten zet die om in scherpere shogaolen.TRPV1-agonisme en remming van 5-HT3-receptoren. Vermindert misselijkheid, met redelijk consistent bewijs bij zwangerschapsmisselijkheid.1 g gedroogde wortel per dag in vier giften van 250 mg. Tinctuur 1:5 in 90% ethanol, 0,75 tot 1,5 ml per dag.Bij zwangerschapsmisselijkheid maximaal 1 g per dag. Staken voor een ingreep wegens trombocytenremming.
Ginkgoliden6 · Terpenen (diterpeenlactonen)Blad van Ginkgo bilobaMatig wateroplosbaar; industrieel gewonnen met aceton-water. Een thee geeft een onbetrouwbaar gehalte.Antagonist van de plaatjesactiverende factor. Vormen met bilobalide en flavonglycosiden de basis van EGb 761.120 tot 240 mg EGb 761 per dag, gestandaardiseerd op 24% flavonglycosiden en 6% terpeenlactonen.Thee en zelfbereide tinctuur geven een onbetrouwbaar gehalte. Ginkgolzuren onder 5 ppm.
Ginsenosiden7 · SaponinenWortel van Panax ginsengAmfifiel. 30 tot 60% ethanol.Adaptogeen profiel met effecten op vermoeidheid en cognitie; het bewijs is matig en de studies zijn heterogeen.200 mg extract per dag met circa 4% ginsenosiden. Tinctuur 1:5 in 60% ethanol, 1 tot 2 ml driemaal daags.Niet langdurig zonder pauze. Kan bij avondinname de slaap verstoren.
Glabridine2 · Flavonoïden (isoflavaan)Wortel van Glycyrrhiza glabraSterk vetminnend, anders dan glycyrrhizine uit dezelfde wortel. 70 tot 96% ethanol of olie.Remt tyrosinase; in cosmetica gebruikt bij hyperpigmentatie. Heeft geen mineralocorticoïde werking.Uitwendig 0,1 tot 0,5%.Geen inwendige dosering vastgesteld.
Glucofrangulinen8 · Glycosiden (antrachinon)Schors van Rhamnus frangulaWateroplosbaar. Infuus of koude maceratie.Laxans na omzetting door darmflora. Verse schors bevat sterk prikkelende antronen; één jaar rijping of verhitting is verplicht.15 tot 30 mg hydroxyantraceenderivaten per dag, 's avonds.Alleen gerijpte schors: verse schors geeft heftige krampen en braken. Maximaal 1 tot 2 weken.
Glucoraphanine en sulforafaan12 · Zwavelverbindingen (glucosinolaat)Brassica oleracea var. italica, kiemenGlucoraphanine wateroplosbaar; sulforafaan vetminnend en vluchtig. Myrosinase is nodig voor de omzetting.Sulforafaan activeert Nrf2 en daarmee de fase-2-ontgiftingsenzymen. Bewijs bij mensen is voorlopig.Geen vastgestelde dosering. Broccolikiemen als bron.Koken vóór het kneuzen inactiveert myrosinase en verhindert de vorming van sulforafaan.
Glycyrrhizine7 · SaponinenWortel van Glycyrrhiza glabraWateroplosbaar. Decoct of 30 tot 50% ethanol.Remt 11β-hydroxysteroïddehydrogenase type 2, waardoor cortisol actief blijft op de mineralocorticoïdreceptor: natriumretentie, kaliumverlies, bloeddrukstijging.Maximaal 100 mg glycyrrhizine per dag. Drogerij 1,5 tot 5 g per dag. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 2 tot 5 ml per dag.Niet langer dan 4 tot 6 weken. Vermijden bij hypertensie, hypokaliëmie, zwangerschap en gebruik van diuretica of digoxine.
Guargom9 · Slijmstoffen (galactomannaan)Zaad van Cyamopsis tetragonolobaKoud water; zeer sterk viskeus, zwelt tot een veelvoud van het eigen volume.Verlaagt LDL en de postprandiale glucosepiek.10 g per dag met ruim water.In afslanktabletten in de EU verboden wegens verstikkings- en obstructierisico.
Harpagoside8 · Glycosiden (iridoïd), tevens bitterstofKnol van Harpagophytum procumbensWateroplosbaar. Infuus of 25 tot 45% ethanol.Pijnstillend en ontstekingsremmend bij artrose en lage rugpijn; bewijs matig maar consistent. De bittere smaak verklaart het tweede gebruik als amarum.50 tot 100 mg harpagoside per dag; extract 600 tot 1200 mg per dag. Tinctuur 1:5 in 25% ethanol, 1 tot 2 ml driemaal daags.Voorzichtig bij maagulcus: de bitterstof verhoogt de zuursecretie. Effect pas na 2 tot 4 weken.
Hederacoside C en α-hederine7 · SaponinenBlad van Hedera helixHederacoside C wateroplosbaar; α-hederine ontstaat na afsplitsing van suikers en is vetminnender. 30 tot 60% ethanol.Verhogen de gevoeligheid van de bèta-2-receptoren in het bronchusepitheel: secretomotorisch en licht spasmolytisch.Gedroogd extract 5 tot 7,5 mg per kg lichaamsgewicht per dag. Volwassenen circa 300 mg extract per dag.Zelfbereide tinctuur van vers blad geeft huidirritatie en onbetrouwbare gehalten.
Helenaline10 · Bitterstoffen (sesquiterpeenlacton)Bloem van Arnica montanaVetminnend. 70 tot 96% ethanol.Remt NF-κB krachtig; verklaart de uitwendige ontstekingsremming. Sterk contactallergeen en inwendig cardiotoxisch.Uitwendig: arnicatinctuur 1:10, drie- tot tienvoudig verdund in water.Nooit inwendig. Niet op open wonden. Sterk contactallergeen bij herhaald gebruik.
Hesperidine2 · Flavonoïden (flavanonglycoside)Schil van Citrus sinensis en Citrus limonSlecht in koud water, beter warm en in 25 tot 45% ethanol. Het aglycon hesperetine vraagt hoge ethanol.Vermindert de capillaire permeabiliteit. In combinatie met diosmine goed onderbouwd bij chronische veneuze insufficiëntie en aambeien.450 mg diosmine plus 50 mg hesperidine, tweemaal daags.Met een tinctuur van citrusschil is deze dosering niet te halen.
Hyperforine5 · Overige fenolen (floroglucinol)Bloeiende toppen van Hypericum perforatumSterk vetminnend en instabiel. 60 tot 96% ethanol; licht- en zuurstofgevoelig.Remt de heropname van meerdere neurotransmitters. Induceert via PXR het enzym CYP3A4 en P-glycoproteïne: hier ligt de oorzaak van de interacties.Onderdeel van 900 mg gestandaardiseerd extract per dag.Verlaagt de spiegel van anticonceptie, anticoagulantia, immunosuppressiva, HIV-remmers en meer. Interactiecontrole is verplicht.
Hypericine5 · Overige fenolen (naftodianthron)Hypericum perforatumMatig vetminnend en lichtgevoelig. 60 tot 80% ethanol.Markerstof voor standaardisatie. Fotosensibiliserend bij hoge dosis en lichte huid.900 mg extract per dag met 0,3% hypericine. Tinctuur 1:5 in 60% ethanol, 2 tot 4 ml driemaal daags.Een tinctuur bevat ook hyperforine en dus dezelfde interacties. Fotosensibilisatie bij lichte huid.
Imperatorine4 · Cumarinen (furanocumarine)Wortel van Angelica archangelica, Peucedanum ostruthiumVetminnend. 70 tot 96% ethanol.Fototoxisch; remt in vitro CYP-enzymen. Draagt bij aan de fotosensibilisatie van angelicawortel.Geen dosering voor de losse stof. Angelicawortel 1 tot 2 g per kop.Bij hoge inwendige dosis zonlicht mijden.
Inuline9 · Polysachariden (fructaan)Wortel van Taraxacum officinale (tot circa 40% in het najaar), Cichorium, Inula heleniumGoed in warm water; slaat neer bij afkoelen en boven 30 tot 40% ethanol.Prebiotisch: wordt door bifidobacteriën gefermenteerd. Verklaart de milde laxerende werking van paardenbloemwortel.5 tot 10 g per dag. Paardenbloemwortel 3 tot 5 g als decoct.Geleidelijk opbouwen. Kan bij prikkelbare darm klachten verergeren.
Kamfer6 · Terpenen (monoterpeenketon)Cinnamomum camphora, Rosmarinus officinalis ct kamferVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Hyperemiërend en licht lokaal anesthetisch op de huid; prikkelt de ademhaling. Bij hoge inwendige dosis convulsies.Uitwendig 1 tot 10% in zalf of olie.Niet op het gezicht van kinderen onder 2 jaar. Inwendig convulsierisico.
Kaneelaldehyde6 · Etherische oliën (fenylpropanoïde)Schors van Cinnamomum cassia en Cinnamomum verumVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Antimicrobieel; verhoogt de insulinegevoeligheid in dierstudies. Sterk slijmvlies- en huidprikkelend, bekend contactallergeen.Uitwendig maximaal circa 0,05%.Sterk sensibiliserend. Bij cassiakaneel geldt daarnaast de cumarinelimiet.
Limoneen6 · Terpenen (monoterpeen)Schil van Citrus, Carum carvi, Anethum graveolensSterk vetminnend, vrijwel niet in water. 70 tot 96% ethanol.Choleretisch en mild spasmolytisch. Oxideert aan de lucht tot sterk sensibiliserende peroxiden.Uitwendig verdund. Geen inwendige dosering vastgesteld.Geoxideerde citrusolie niet gebruiken; peroxiden sensibiliseren sterk.
Linalool6 · Terpenen (monoterpeenalcohol)Lavandula angustifolia, Coriandrum sativum, Ocimum basilicumVluchtig en vetminnend, maar voor een terpeen relatief goed in water. 70 tot 96% ethanol.Anxiolytisch en licht sedatief; met linalylacetaat de dragende component van lavendelolie.Gestandaardiseerde lavendelolie 80 mg per dag oraal. Tinctuur 1:5 in 60% ethanol, 2 tot 4 ml per dag.De orale trials zijn met de gestandaardiseerde olie gedaan, niet met de tinctuur.
Linalylacetaat6 · Terpenen (ester)Lavandula angustifolia, Salvia sclarea, Citrus bergamiaVetminnend en vluchtig; hydrolyseert langzaam tot linalool. 70 tot 96% ethanol.Spasmolytisch en kalmerend. Esters gelden als de zachtste fractie van een etherische olie.Onderdeel van de 80 mg lavendelolie.Een hoog estergehalte is een kwaliteitskenmerk van de olie.
LinolzuurBuiten de indeling: vetzurenCarthamus tinctorius, Helianthus annuus, Oenothera biennisOnoplosbaar in water, mengbaar met vette olie. Wordt niet met een tinctuur gewonnen maar met koude persing.Essentieel vetzuur, voorloper van arachidonzuur. Vormt als linoleaat een bouwsteen van de huidbarrière.Voedingsnorm circa 2 energieprocent per dag.Niet therapeutisch te doseren.
Linustatine8 · Glycosiden (cyanogeen)Zaad van Linum usitatissimumWateroplosbaar. Splitst bij kneuzen en koud weken.Levert blauwzuur na enzymatische splitsing. Bij normale consumptie blijft de blootstelling ruim onder de grens.Lijnzaad 10 tot 15 g per keer, maximaal circa 45 g per dag.Niet grote hoeveelheden rauw vermalen innemen. Altijd met ruim water.
Liquiritine2 · Flavonoïden (flavanonglycoside)Wortel van Glycyrrhiza glabraWateroplosbaar. Decoct of 25 tot 45% ethanol.Ontstekingsremmend en spasmolytisch op het maagslijmvlies. Draagt géén mineralocorticoïde werking; die zit uitsluitend bij glycyrrhizine.Gedeglycyrrhiziniseerd zoethout (DGL) 380 tot 760 mg voor de maaltijd.In DGL is glycyrrhizine verwijderd; de bloeddrukwaarschuwing vervalt dan.
Luteoline2 · Flavonoïden (flavon)Thymus vulgaris, Salvia officinalis, Reseda luteolaAglycon slecht in water; als glycoside wel. 60 tot 70% ethanol voor het aglycon.Ontstekingsremmend in vitro, remt mestceldegranulatie. Klinisch bewijs voor de losse stof ontbreekt.Geen vastgestelde dosering.Komt in tijm en salie als glycoside mee in een infuus; de losse stof is klinisch niet onderzocht.
Menthol6 · Terpenen en etherische oliënMentha × piperitaVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol, vette olie of stoomdestillatie.Activeert TRPM8, de koudereceptor. Spasmolytisch op glad spierweefsel via remming van de calciuminstroom.Maagsapresistente pepermuntolie 0,2 ml driemaal daags. Drogerij 1,5 g per kop.Niet op het gezicht van zuigelingen. Bij reflux kan pepermunt de klachten verergeren.
Menthon6 · Terpenen (monoterpeenketon)Mentha × piperita, Mentha arvensisVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Draagt bij aan de spasmolytische werking van pepermuntolie. Ketonen zijn prikkelender dan alcoholen.Onderdeel van de 0,2 ml pepermuntolie.Een hoog menthongehalte wijst op te vroeg geoogst blad.
Menthylacetaat6 · Terpenen (ester)Mentha × piperitaVetminnend en vluchtig. 70 tot 96% ethanol.Zachte, zoete component van pepermuntolie. Het gehalte stijgt naarmate de plant later wordt geoogst en dient daarom als kwaliteitsmarker.Geen aparte dosering.Kwaliteitsmarker: het gehalte stijgt bij later oogsten.
Myrceen6 · Terpenen (monoterpeen)Humulus lupulus, Laurus nobilis, Thymus vulgarisSterk vetminnend, zeer vluchtig, oxideert snel. 70 tot 96% ethanol.Sedatief en pijnstillend in dierstudies. Verdampt als eerste bij opslag; oude hop verliest myrceen.Geen inwendige dosering vastgesteld.Bruikbaar als versheidsindicator voor hop; verdampt als eerste bij opslag.
Naringenine2 · Flavonoïden (flavanon)Citrus paradisi, Citrus aurantiumAglycon slecht in water; als naringine wél, en dat is de bittere component. 45 tot 70% ethanol.Antioxidatief. Belangrijke correctie: het grapefruiteffect op CYP3A4 komt niet van naringine maar van furanocumarinen zoals bergamottine.Geen vastgestelde dosering.Het interactieadvies bij grapefruit blijft staan, maar berust op furanocumarinen zoals bergamottine.
Oleandrine8 · Glycosiden (cardiaal)Nerium oleanderMatig wateroplosbaar.Zelfde aangrijpingspunt als digoxine met een zeer smalle marge. Vergiftigingen na thee van blad of gebruik van takken zijn beschreven.Niet toepassen.Geen therapeutische toepassing. Vergiftigingen na thee van blad zijn beschreven.
Oleanolzuur6 · Terpenen (triterpeenzuur)Blad van Olea europaea, Syzygium aromaticum, appelschilSterk vetminnend. 70 tot 96% ethanol of vet menstruum.Hepatoprotectief en ontstekingsremmend in dierstudies; klinisch nauwelijks onderzocht.Geen vastgestelde dosering.Komt mee in een olieauszug of sterke tinctuur van olijfblad, niet in een infuus.
Oleuropeïne8 · Glycosiden (secoiridoïd), tevens bitterstofBlad van Olea europaeaGoed wateroplosbaar. Infuus of 25 tot 45% ethanol.Bittere hoofdstof van olijfblad; bloeddrukverlagend in kleine trials. Splitst tot hydroxytyrosol, dat de antioxidatieve werking draagt.Olijfbladextract 500 mg tweemaal daags. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 2 tot 4 ml per dag. Voor het EFSA-effect 5 mg hydroxytyrosol per dag.Kan het effect van bloeddrukverlagende medicatie versterken.
Pectine9 · PolysacharidenAppel, wortel, citrusschilLost op in warm water; geleert in aanwezigheid van zuur en suiker, of van calcium.Bindt water en galzuren, vertraagt de maaglediging en verlaagt LDL licht. Grondslag van geraspte appel bij diarree.6 g per dag voor het cholesteroleffect.Als voedingsmiddel geen beperking. Scheiden van medicatie in tijd.
α-Pineen6 · Terpenen (monoterpeen)Pinus sylvestris, Rosmarinus officinalis, Juniperus communisSterk vetminnend, vrijwel niet in water. 70 tot 96% ethanol of destillaat.Secretomotorisch op het bronchiale epitheel; wordt deels via de longen uitgescheiden. Oxideert tot sensibiliserende producten.Onderdeel van gestandaardiseerde oliepreparaten.Niet inwendig onverdund. Oxideert tot sensibiliserende producten.
Piperine1 · Alkaloïden (zuuramide)Piper nigrum, Piper longumVetminnend. 70 tot 96% ethanol of vette olie; vrijwel niet in water. Nauwelijks basisch, dus aanzuren verhoogt de opbrengst hier niet.Remt CYP3A4, P-glycoproteïne en glucuronidering, waardoor de opname van andere stoffen stijgt. Prikkelt TRPV1.5 tot 20 mg per gift als opnameversterker.Verhoogt ook de spiegel van geneesmiddelen. Niet combineren zonder controle op interacties.
Populine8 · Glycosiden (fenolglycoside)Schors en knop van PopulusWateroplosbaar. Infuus of 25 tot 45% ethanol.Benzoylester van salicine; wordt langs dezelfde route tot salicylzuur omgezet, maar trager.Meegerekend in de totale salicinederivaten, 120 tot 240 mg per dag.Zie salicine voor contra-indicaties.
Primulazuur (primulasaponinen)7 · SaponinenWortel van Primula veris en Primula elatiorAmfifiel. Decoct of 30 tot 60% ethanol.Secretomotorisch: prikkelt via de maagwand reflectoir de bronchiale secretie. Maagprikkelend bij hoge dosis.Drogerij 0,2 tot 0,5 g per kop, driemaal daags. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 0,5 tot 1,5 ml driemaal daags.Maagprikkelend. Niet bij ulcus of gastritis.
Procyanidinen3 · Looistoffen (gecondenseerd)Pit van Vitis vinifera, schors van Pinus pinaster, CrataegusOligomeren goed in water en 25 tot 60% ethanol; hoge polymeren slaan neer en worden niet opgenomen.Vaatversterkend en antioxidatief. Bij Crataegus medebepalend voor het cardiale werkingsprofiel.OPC 100 tot 300 mg per dag. Crataegus-extract 160 tot 900 mg per dag; tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 2 ml driemaal daags.Bij Crataegus is het effect pas na 6 tot 8 weken te beoordelen.
Protodioscine7 · Saponinen (steroïd)Tribulus terrestrisAmfifiel. 30 tot 60% ethanol.Markerstof van tribulus. De claim van testosteronverhoging bij mannen wordt door gecontroleerde studies niet ondersteund.Geen onderbouwde dosering.De claim van testosteronverhoging bij mannen wordt door gecontroleerde studies niet ondersteund.
Prunasine8 · Glycosiden (cyanogeen)Schors van Prunus serotina, Prunus padusWateroplosbaar. Splitst bij kneuzen door β-glucosidase.Levert blauwzuur; in lage dosis hoestprikkeldempend, historisch in siroop van wilde kers.Niet zelf bereiden.In Nederland niet als drogerij in gebruik.
Pulegon6 · Terpenen (monoterpeenketon)Mentha pulegium, Hedeoma pulegioidesVluchtig en vetminnend. 70 tot 96% ethanol.Wordt in de lever tot menthofuran omgezet en is daardoor levertoxisch. Historisch abortivum met fatale afloop.Niet toepassen.Poleiolie is levertoxisch; historisch gebruik als abortivum kende fatale afloop.
Punicalagine3 · Looistoffen (ellagitannine)Schil en sap van Punica granatumGoed wateroplosbaar. Infuus of 25 tot 50% ethanol.Wordt door darmflora omgezet in urolithinen, die de systemische werking dragen. Die omzetting verschilt sterk per persoon.Granaatappelsap 240 ml per dag in trials.De omzetting naar urolithinen verschilt sterk per persoon; het effect is daardoor niet voorspelbaar.
Quassine (kwassine)10 · Bitterstoffen (quassinoïde)Hout van Quassia amara, Picrasma excelsaMatig wateroplosbaar; 25 tot 60% ethanol.Zeer sterke bitterstof, bitterwaarde in de orde van 1:60.000. Reflectoire eetlust- en secretieprikkel. Uitwendig als insecticide.Tinctuur Quassiae lignum 1:20 in 45% ethanol, 2 tot 4 ml per dag voor de maaltijd.Kortdurend gebruiken. In levensmiddelen is quassine in de EU gelimiteerd.
Quercetine2 · Flavonoïden (aglycon)Allium cepa, Capparis spinosa, Malus domesticaPraktisch onoplosbaar in water. 60 tot 70% ethanol.Antioxidatief en mestcelstabiliserend in vitro. Klinische data beperkt en heterogeen.250 tot 500 mg per dag in trials.Beschikbaarheid van het vrije aglycon is laag. Met een thee niet te bereiken.
Resveratrol5 · Overige fenolen (stilbeen)Schil van Vitis vinifera, Reynoutria japonicaSlecht wateroplosbaar. 60 tot 96% ethanol. Lichtgevoelig: de trans-vorm gaat over in de minder actieve cis-vorm.Activeert sirtuïnes in vitro. Klinische effecten zijn klein en inconsistent; de biologische beschikbaarheid is zeer laag.150 tot 500 mg per dag in trials.Boven 1 g per dag maagdarmklachten. Lichtgevoelig: donker bewaren.
Rhamnogalacturonanen9 · SlijmstoffenWortel van Althaea officinalisKoud water; zwellen tot gel. Slaan neer boven 30 tot 40% ethanol.Leggen een beschermende laag op keel- en maagslijmvlies en verminderen zo de hoestprikkel.3 tot 5 g koud aangezet gedurende 1 tot 2 uur, twee tot drie keer per dag.Geen tinctuur. Scheiden van medicatie in tijd wegens verminderde opname.
Rheïne8 · Glycosiden (vrij antrachinon, aglycon)Wortel van Rheum palmatum, Senna alexandrinaAls vrij aglycon slecht wateroplosbaar; als glycoside wel.Eindproduct van de antrachinonlaxantia; ontstaat pas in de dikke darm uit rheïnanthron. Verklaart de vertraging van 8 tot 12 uur.Zie sennosiden.Langdurig gebruik geeft pseudomelanosis coli, een reversibele verkleuring van het darmslijmvlies.
Rosavine8 · GlycosidenWortel van Rhodiola roseaKaneelalcoholglycoside, wateroplosbaar. 30 tot 40% ethanol.Markerstof voor het adaptogene profiel, naast salidroside. Of rosavine zelf werkzaam is, staat niet vast. Bewijs bij vermoeidheid beperkt.144 tot 576 mg extract per dag met 3% rosavinen en 1% salidroside. Tinctuur 1:5 in 40% ethanol, 2 tot 4 ml per dag.'s Ochtends innemen; bij avondinname kan het de slaap verstoren.
Rozemarijnzuur5 · FenolzurenRosmarinus officinalis, Melissa officinalis, Salvia officinalis, Origanum vulgareGoed wateroplosbaar. 25 tot 50% ethanol of vers infuus. Oxideert bij langdurig warm staan.Antioxidatief en ontstekingsremmend in vitro. Voor Melissa-extract zijn er kleine trials met een anxiolytisch signaal.Extract 200 tot 600 mg per dag met 5 tot 7% rozemarijnzuur. Tinctuur Melissae folium 1:5 in 45% ethanol, 2 tot 6 ml per dag.Vers bereiden. Oxideert bij lang warm staan en verliest dan zijn werking.
Ruscogeninen7 · Saponinen (steroïd)Wortelstok van Ruscus aculeatusAls glycoside amfifiel, als sapogenine vetminnend. 30 tot 60% ethanol.Verhogen de veneuze tonus via alfa-adrenerge receptoren. Onderzocht bij chronische veneuze insufficiëntie.7 tot 11 mg totaal ruscogeninen per dag.In registraties meestal gecombineerd met hesperidine en ascorbinezuur.
Rutine2 · Flavonoïden (glycoside)Fagopyrum esculentum, Styphnolobium japonicum, Ruta graveolensQuercetine-3-O-rutinoside. Beter oplosbaar dan quercetine, vooral in heet water en 25 tot 45% ethanol; in koud water beperkt.Vermindert de capillaire permeabiliteit. Het klinische bewijs bij veneuze insufficiëntie berust vooral op semisynthetische oxerutinen.500 mg twee tot drie keer per dag. Oxerutinen circa 1000 mg per dag.De trials zijn met semisynthetische oxerutinen gedaan, niet met rutine zelf.
Salicine8 · Glycosiden (fenolglycoside)Salix alba, Populus tremula, Filipendula ulmariaWateroplosbaar. 25 tot 45% ethanol of decoct.Wordt in darm en lever omgezet tot salicylzuur. Pijnstillend en ontstekingsremmend, met tragere aanvang dan acetylsalicylzuur en nauwelijks remming van de trombocytenaggregatie.120 tot 240 mg salicine per dag. Wilgenbastextract met 15% salicine, 800 tot 1600 mg per dag. Tinctuur 1:5 in 25% ethanol, 5 tot 8 ml per dag.Niet bij salicylaatovergevoeligheid. Niet bij kinderen met een virale infectie.
Salicylzuur5 · FenolzurenEindproduct uit salicine; vrij in Filipendula ulmariaMatig wateroplosbaar, beter als natriumzout. 45 tot 70% ethanol.Remt cyclo-oxygenase zwak: pijnstillend en ontstekingsremmend. Uitwendig keratolytisch.Uitwendig 2 tot 10% keratolytisch.Inwendig via salicine, niet als vrij zuur. Niet grootvlakkig bij kinderen.
Scopolamine1 · Alkaloïden (tropaan)Hyoscyamus niger, Datura stramonium, Scopolia carniolicaVrije base vetminnend; het hydrobromidezout is wateroplosbaar.Muscarineantagonist die de bloed-hersenbarrière beter passeert dan atropine: sedatief, anti-emetisch, amnestisch.Uitsluitend als geregistreerd geneesmiddel.Receptplichtig. Sterk anticholinerg, met verwardheid bij ouderen.
Scopoletine4 · CumarinenArtemisia, Scopolia carniolica, Morinda citrifoliaMatig vetminnend. 45 tot 70% ethanol; deels in warm water.Spasmolytisch op glad spierweefsel in dierstudies. Fluoresceert blauw onder UV en dient daarom als dunnelaagmarker.Geen vastgestelde dosering.Analytische markerstof; fluoresceert blauw onder UV op de dunnelaagplaat.
Secoisolariciresinoldiglucoside (SDG)8 · Glycosiden (lignaanglycoside)Zaad van Linum usitatissimumWateroplosbaar door de twee glucose-eenheden; het aglycon niet. 25 tot 45% ethanol.Wordt door darmflora omgezet in enterodiol en enterolacton, zwakke fyto-oestrogenen. Bescheiden effect op opvliegers.30 tot 50 g gemalen lijnzaad per dag in trials.Vers malen: de olie ranzigt snel. Effect hangt af van de omzetting door de darmflora.
Sennosiden A en B8 · Glycosiden (antrachinon)Senna alexandrina, Rhamnus frangulaWateroplosbaar. Infuus of koude maceratie.Worden pas door darmbacteriën omgezet tot rheïnanthron, dat de colonmotoriek prikkelt en de wateropname remt. Werking na 8 tot 12 uur.15 tot 30 mg hydroxyantraceenderivaten per dag, 's avonds in te nemen.Maximaal 1 tot 2 weken. Niet bij zwangerschap, darmobstructie of kinderen onder 12 jaar.
Silymarine en silibinine2 · Flavonoïden (flavonolignaan)Zaad van Silybum marianumSlecht wateroplosbaar. 60 tot 80% ethanol; een thee levert weinig op.Hepatoprotectief; blokkeert de opname van amatoxinen door hepatocyten. Bij chronische leverziekte is het bewijs inconsistent.140 mg silymarine driemaal daags. Extract gestandaardiseerd op 70 tot 80% silymarine.Tinctuur is ongeschikt: silymarine lost slecht op in verdunde alcohol en niet in water.
Sinalbine12 · Zwavelverbindingen (glucosinolaat)Zaad van Sinapis albaWateroplosbaar. Omzetting door myrosinase pas na kneuzen in koud water.Levert p-hydroxybenzylisothiocyanaat: scherp maar niet vluchtig. Daarom prikkelt witte mosterd de tong en niet de neus.Mosterdpap uitwendig, 10 tot 15 minuten.Blaarvorming bij langer contact. Niet bij kinderen onder 6 jaar.
Sinigrine12 · Zwavelverbindingen (glucosinolaat)Brassica nigra, Armoracia rusticanaWateroplosbaar. Levert na kneuzen allylisothiocyanaat, dat vetminnend en vluchtig is.Hyperemiërend op de huid en antibacterieel. De prikkeling van neus en ogen komt door de vluchtigheid van het omzettingsproduct.Mosterdpap uitwendig, 10 tot 15 minuten.Inwendig sterk slijmvliesprikkelend. Damp prikkelt ogen en luchtwegen.
Solanine en chaconine1 · Alkaloïden (steroïdglycoalkaloïde)Groene of gekiemde Solanum tuberosumAls glycoalkaloïde wateroplosbaar. Hittebestendig: koken breekt de stof niet af.Remt acetylcholinesterase en beschadigt celmembranen: maagdarmklachten, hoofdpijn, bij hoge dosis neurologische verschijnselen.Geen therapeutische toepassing.Richtgrens circa 200 mg per kg vers gewicht. Groene delen en kiemen wegsnijden; koken helpt niet.
Swertiamarine10 · Bitterstoffen (secoiridoïdglycoside)Centaurium erythraea, Menyanthes trifoliataGoed wateroplosbaar. Infuus of 25 tot 45% ethanol.Bitterstof van duizendguldenkruid en waterdrieblad; reflectoire prikkeling van speeksel- en maagsecretie.Drogerij 1 tot 2 g per kop voor de maaltijd. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 3 ml per dag.Niet bij maag- of duodenumulcus.
Taraxinezuur-β-glucoside10 · Bitterstoffen (sesquiterpeenlactonglycoside)Wortel en blad van Taraxacum officinaleWateroplosbaar door de glucose-eenheid. Infuus, decoct of 25 tot 45% ethanol.Bitterstof van paardenbloem: choleretisch en eetlustprikkelend. Naast inuline de reden om de wortel in het najaar te oogsten.Wortel 3 tot 5 g per dag als decoct. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 5 tot 10 ml per dag.Niet bij galwegobstructie. Composietenallergie is contra-indicatie.
Theobromine1 · Alkaloïden (purine)Theobroma cacao, Ilex paraguariensisMatig wateroplosbaar, beter heet. 40 tot 60% ethanol.Zwakkere centrale werking dan cafeïne, sterker vaatverwijdend en licht diuretisch. Hoestprikkeldempend in kleine trials.Geen vastgestelde therapeutische dosering.Toxisch voor honden en katten; cacao buiten hun bereik houden.
Theofylline1 · Alkaloïden (purine)Camellia sinensis, in sporenMatig wateroplosbaar. 40 tot 60% ethanol.Bronchodilaterend via fosfodiësteraseremming en adenosineantagonisme. Zeer smalle therapeutische breedte.Alleen als geneesmiddel; serumspiegel 10 tot 20 mg per liter.Uit thee komt geen therapeutische hoeveelheid. Zeer smalle therapeutische breedte.
Thujanol6 · Terpenen (monoterpeenalcohol)Thymus vulgaris ct thujanolVluchtig en vetminnend, deels in water. 70 tot 96% ethanol.Antiviraal en immunomodulerend in vitro. Van de tijmchemotypen het mildst voor huid en slijmvlies.Tijmdrogerij 1 tot 2 g per kop, driemaal daags.Het chemotype moet op het etiket staan; zonder chemotype zegt de Latijnse naam bij tijm niets.
Thujon6 · Terpenen (monoterpeenketon)Artemisia absinthium, Salvia officinalis, Thuja occidentalisVluchtig en vetminnend: gaat in een tinctuur wel mee, in een thee nauwelijks.Antagonist van de GABA-A-receptor; bij hoge dosis convulsies. Het risico van alsem en salie ligt hier, niet bij de bitterstoffen.Geen dosering; in levensmiddelen gelimiteerd.Saliethee kortdurend gebruiken. Niet bij zwangerschap, lactatie en epilepsie.
Thymol6 · Terpenen (fenolisch monoterpeen)Thymus vulgaris ct thymol, Thymbra spicataVetminnend met een fenolische OH-groep; iets beter in 45 tot 70% ethanol dan neutrale terpenen.Antimicrobieel door verstoring van het bacteriële membraan; spasmolytisch op de bronchiale musculatuur.Drogerij 1 tot 2 g per kop, driemaal daags. Tinctuur 1:5 in 45% ethanol, 1 tot 2 ml driemaal daags.Onverdunde etherische olie inwendig is te prikkelend voor het slijmvlies.
Tomatine1 · Alkaloïden (steroïdglycoalkaloïde)Onrijpe vrucht en blad van Solanum lycopersicumAls glycoalkaloïde wateroplosbaar.Bindt cholesterol in het darmlumen. Minder toxisch dan solanine doordat het gevormde complex slecht wordt opgenomen.Geen therapeutische toepassing.Groene tomaat slechts in beperkte hoeveelheid consumeren.
Tragant9 · SlijmstoffenGom van Astragalus gummiferZwelt in koud water tot een dikke gel; lost niet volledig op.Emulgator en verdikkingsmiddel in galenische bereidingen. Legt een beschermende laag op het slijmvlies.Als hulpstof, 0,5 tot 2% in bereidingen.Zelden gemelde overgevoeligheidsreacties bij inhalatie van het poeder.
Umbelliferon (7-hydroxycumarine)4 · CumarinenVrijwel alle Apiaceae; Angelica archangelica, Levisticum officinaleMatig wateroplosbaar, beter in 45 tot 70% ethanol. Fluoresceert blauw onder UV.Antioxidatief. Vooral van belang als analytische markerstof en als bouwsteen van de complexere cumarinen.Geen vastgestelde dosering.Analytische markerstof en bouwsteen van de complexere cumarinen.
Ursolzuur6 · Terpenen (triterpeenzuur)Blad van Arctostaphylos uva-ursi, Rosmarinus officinalis, appelschilSterk vetminnend. 70 tot 96% ethanol of vet menstruum; water levert niets op.Ontstekingsremmend en spierbehoudend in dierstudies; klinisch onderzoek is schaars.Geen vastgestelde dosering.Komt niet mee in een infuus van berendruif; dat levert arbutine en looistof.
Valereenzuur6 · Terpenen (sesquiterpeenzuur)Wortel van Valeriana officinalisVetminnend met een zuurgroep. 45 tot 70% ethanol.Modulatie van de GABA-A-receptor in vitro. Het klinische bewijs bij slapeloosheid is zwak en inconsistent.Extract 400 tot 600 mg, 30 tot 60 minuten voor het slapen. Tinctuur 1:5 in 60 tot 70% ethanol, 1 tot 3 ml per dag.Effect bouwt zich over twee weken op. Het bewijs is zwak en inconsistent.
Vescalagine3 · Looistoffen (ellagitannine)Kernhout van Quercus robur, Castanea sativaWateroplosbaar; 25 tot 60% ethanol. Slaat neer bij eiwitcontact.Samentrekkend; met castalagine bepalend voor de looismaak van houtgerijpte dranken en van eikenschorsafkooksel.Geen dosering voor de losse stof. Eikenschors uitwendig circa 20 g per liter.Inwendig niet langdurig wegens verminderde opname van ijzer en alkaloïden.
Vincamine1 · Alkaloïden (indool)Vinca minorVrije base vetminnend, zout wateroplosbaar. 45 tot 70% ethanol; aanzuren verhoogt de opbrengst.Verhoogt de cerebrale doorbloeding en het zuurstofverbruik. In enkele EU-landen als geneesmiddel geregistreerd bij cognitieve klachten; het bewijs is zwak.30 tot 60 mg per dag als geregistreerd geneesmiddel.Niet met een thee of tinctuur te bereiken. Zeldzame gevallen van agranulocytose beschreven.
Visnadine4 · Cumarinen (pyranocumarine)Zaad van Ammi visnagaVetminnend. 70 tot 96% ethanol.Calciumantagonistisch: vaatverwijdend, onderzocht bij angina pectoris en perifere doorbloeding. Minder fototoxisch dan de furanocumarinen.Geen actuele monografie.Ammi visnaga wordt in Nederland zelden toegepast; kwaliteit en gehalte zijn slecht geborgd.
Xanthotoxine (8-MOP, methoxsaleen)4 · Cumarinen (furanocumarine)Ammi majus, Pastinaca sativa, HeracleumVetminnend. 70 tot 96% ethanol.Fototoxisch onder UVA; als geneesmiddel bij psoriasis en vitiligo (PUVA). Verantwoordelijk voor weideblaren na contact met berenklauw.Alleen onder medisch toezicht.Niet in zelfbereide preparaten. Fototoxisch onder UVA.

Bronnen

  • Bruneton J. Pharmacognosie, phytochimie, plantes médicinales. Lavoisier.
  • Hänsel R, Sticher O. Pharmakognosie · Phytopharmazie. Springer.
  • Wichtl M. Teedrogen und Phytopharmaka. Wissenschaftliche Verlagsgesellschaft.
  • British Herbal Pharmacopoeia. British Herbal Medicine Association. Bron van de galenische ethanolpercentages.
  • European Union herbal monographs, Committee on Herbal Medicinal Products (EMA). Bron van de gestandaardiseerde doseringen.
  • ESCOP. Monographs on the Medicinal Uses of Plant Drugs. Thieme.
De extractiepercentages in deze tabellen zijn richtwaarden uit de galenische praktijk. Zij bepalen welke fractie in oplossing gaat, niet welke dosering therapeutisch juist is. Voor dosering geldt de monografie van het betreffende kruid en de beoordeling van de individuele cliënt.