Kruidenbestand

Driekleurig viooltje

Viola tricolor

Driekleurig viooltje botanische illustratie

"Viola" staat vermoedelijk voor "violet", een van de dominante kleuren van deze bloem. Volgens andere bronnen staat het voor "geweld" en zou het verwijzen naar het gebruik van dit plantje tegen de gevolgen van geweld, waarbij mensen actief of passief geweld moeten ondergaan: bijvoorbeeld baby’s die na het spenen dauwworm krijgen. Volgens nog andere bronnen is "Viola" een verkleinwoord van...

Naam en etymologie

“Viola” staat vermoedelijk voor “violet”, een van de dominante kleuren van deze bloem. Volgens andere bronnen staat het voor “geweld” en zou het verwijzen naar het gebruik van dit plantje tegen de gevolgen van geweld, waarbij mensen actief of passief geweld moeten ondergaan: bijvoorbeeld baby’s die na het spenen dauwworm krijgen. Volgens nog andere bronnen is “Viola” een verkleinwoord van het Griekse “Ion”, oorspronkelijk “Vion”, dat “welriekend” betekent. Nog anderen zien “Viola” als afkomstig van het Latijnse “Via” (“weg”), omdat de plant veel langs wegen groeide.

“Tricolor” is Latijn voor “driekleurig” en wijst op de vaak voorkomende driekleurige bloemen.

Het Franse “Pensée” en de daarvan afgeleide benamingen “Wild Pansy”, “Wilde pensée” en “Penseebloem” zijn afgeleid van “penser” (“denken”) en getuigen van het feit dat deze bloem in vele landen een symbool van herinnering was.

Nederlandse synoniemen: driekleurig viooltje, akkerviooltje, duinviooltje, wild viooltje, wilde pensée, stiefmoedertje, penseebloem, veldviooltje, veldvioletten, glazen muiltje, blauw drievuldigheidsbloempje, drie-eenheidsbloem, klein violetje, zwaluwtje. Frans: pensée sauvage, violette tricolore des jardins. Duits: Ackerveilchen, Dreifaltigkeitskraut, Stiefmütterchen, Feldstiefmütterchen. Engels: heart’s ease, wild pansy, field pansy, love-in-idleness, three faces under a hood.

Culinair gebruik

Driekleurige viooltjes komen vanwege hun fletse tot minder aangename smaak minder tot hun recht in de keuken dan andere viooltjes zoals het Maarts viooltje, of dan grotere viooltjes als tuinviooltjes, reuzenviooltjes en pensees. De volgende toepassingen slaan dan ook vooral op die geuriger soorten.

De eetbare bloempjes versieren een salade of vruchtensalade en kunnen over pudding en ijs gestrooid worden. Decoratieve ijsblokjes maak je door in elk vakje van de ijsblokhouder een bloemblaadje te leggen, dit met water op te vullen en in te vriezen.

Viooltjes worden verwerkt in confituur, in honing en in suiker (“viooltjessuiker”), en tot stroop. Gesuikerde viooltjes, geconfijte en gekristalliseerde bloemen, worden als snoep gegeten. Ze komen ook tot hun recht in taarten, cakes, omeletten, soufflés en nagerechten, in bloemboter, op wijn- en appelazijn en soms in soepen. Al bij de Romeinen bestond een bereiding op wijn van welriekende viooltjes.

Geschiedenis

De namen “glazen muiltje” en “stiefmoederke” ontstonden omdat men in de bloem of de vrucht het gezicht van een oud vrouwtje meende te herkennen. Anderen legden het anders uit: het grote kroonblad onderaan is de stiefmoeder, aan weerskanten zitten haar eigen dochters op een smallere zetel, terwijl de twee stiefdochters bovenaan met één plaats vrede moeten nemen. Het driekleurig viooltje werd een symbool van herinnering en overpeinzing, soms van de vrije gedachte. Vanwege de kleuren purper, goud en hemelsblauw werd het bloempje ook zinnebeeld van de Heilige Drievuldigheid en van de Heilige Maagd.

In tegenstelling tot andere viooltjes zoals het Maarts viooltje (Viola odorata L.) lijkt het driekleurig viooltje pas laat, vanaf de 16e eeuw, geneeskundig gebruikt te worden. Dodoens (1517 tot 1585) zag er onder meer een middel in dat de longen zuiverde en dat bij koorts, verhitting en stuipen bij kinderen kon worden ingezet. Abraham Munting (1626 tot 1683) vermeldde het losmaken van slijmen, het verzachten van inwendige verhittingen en de toepassing bij krampen en vallende ziekte. In de volksgeneeskunde stonden vooral huidaandoeningen als jeuk, zweren en huiduitslag centraal; daarnaast was er gebruik als koortswerend en zweetdrijvend middel.

Typologie

Viola tricolor past bij een type mens dat zich schikt naar wisselende omstandigheden en daarbij zijn eigen vorm blijft variêren. De plant kent geen vaste kleurcombinatie: elk exemplaar bloeit anders, en de soort schuift tussen éénjarig, tweejarig en kortlevend vast. Dit type toont eenzelfde beweeglijkheid: veelzijdig, licht wisselend van stemming, gevoelig voor de omgeving en moeilijk in één beeld vast te leggen. De volksnamen rond herinnering en overpeinzing, “pensée” en “stiefmoedertje”, sluiten aan bij een innerlijk leven dat sterk met beelden en gedachten bezig is en zich makkelijk terugtrekt in bezinning. De klachtenlocalisatie ligt op de huid als grensorgaan: reactief, snel geïrriteerd, met klachten die naar buiten treden als eczeem, uitslag en jeuk. De voorkeur van de plant voor arme, zure, zandige grond wijst op een type dat weinig nodig heeft maar slecht gedijt bij te veel voeding en te veel prikkels. Dit is een typologisch kader, geen farmacologische uitspraak.

Volledige toegang

De volledige kruidenmonografie

Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.

€39

12 maanden toegang, geen automatische verlenging

  • Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
  • Medicinale indicaties, dosering en combinaties
  • Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
  • Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden