Kruidenbestand

Stijve ogentroost

Euphrasia stricta

Stijve ogentroost botanische illustratie

"Euphrasia" gaat terug op het Griekse "euphrasia", dat "vreugde", "goed humeur" of "blijdschap" betekent, en verwijst naar het gegeven dat toepassing van deze plant de ogen weer zou opklaren en doen blinken. "Stricta" is Latijn voor "stijf" of "rechtop" en slaat op de rechtopstaande stengel. De Nederlandse namen "ogentroost" en "klaaroog", het Engelse "eyebright" en het Franse "casse-lunettes" wijzen alle...

Naam en etymologie

“Euphrasia” gaat terug op het Griekse “euphrasia”, dat “vreugde”, “goed humeur” of “blijdschap” betekent, en verwijst naar het gegeven dat toepassing van deze plant de ogen weer zou opklaren en doen blinken. “Stricta” is Latijn voor “stijf” of “rechtop” en slaat op de rechtopstaande stengel. De Nederlandse namen “ogentroost” en “klaaroog”, het Engelse “eyebright” en het Franse “casse-lunettes” wijzen alle op de hoofdwerking bij oogklachten.

Synoniemen: Euphrasia brevipila Burn. et Gremli ex Wettst., Euphrasia rigidula Jord., Euphrasia condensata Jord., Euphrasia asturica Pugsley, Euphrasia tavastiensis W. Becker non Fr., Euphrasia majalis Jord., Euphrasia parviflora sensu Lange pro parte Spreng., Euphrasia ericetorum Jord. ex Reut., Euphrasia tatarica auct. non Fisch. ex Kern., Euphrasia reuteri Wettst. Volksnamen: stijve ogentroost, klaaroog, lantarentjes (Nederlands); euphrasy, eyebright (Engels); euphraise raide, casse-lunettes (Frans); Steifer Augentrost (Duits).

Inheems in geheel Europa en in Azië tot Siberië, inmiddels ook ingeburgerd in delen van Noord-Amerika. De plant houdt van vochtige leem- en krijtgrond in zon of halfschaduw en staat op grasland, kalkhoudende weiden, in duinen, heide en veengrasland. Het is een eenjarig, winterhard, halfparasitair kruid van 10 tot 30 cm dat zich met zuigwortels gedeeltelijk vasthecht op de wortels van naburige planten, bij voorkeur waardplanten als Trifolium pratense (rode klaver), Plantago (weegbreesoorten) en grassen. De rechtopstaande of opgaande, vertakte stengel draagt bijna tegenoverstaande, eironde, zittende, grijsgroene, beklierde blaadjes tot 1 cm met diep gezaagde, deels genaalde tanden. De witte bloemen bloeien van mei tot oktober en tonen een paars honingmerk in de vorm van adertjes, een gele keelvlek en 4 ongelijke meeldraden; de bovenlip van de kroon is helmvormig, de onderlip is in drie lobben verdeeld. De afgeplatte doosvrucht bevat vele zaden. Euphrasia stricta is te onderscheiden van Euphrasia rostkoviana Hayne (Euphrasia officinalis L.), die nagenoeg dezelfde werking heeft en waarmee zij hybriden vormt.

Geschiedenis

Ogentroost verschijnt pas vanaf de middeleeuwen in de geschreven geneeskunde. Hildegard von Bingen (1098 tot 1179) beschreef “Frasia” als geneesmiddel dat tevens diende om hoofd en geheugen te versterken. In de volksgeneeskunde werd het kruid daarnaast ingezet bij hoest, heesheid, aandoeningen van de bovenste luchtwegen, maagpijn en geelzucht. Met de signatuurleer nam de populariteit toe: de paarse adering van de bloem, die aan een bloeddoorlopen oog doet denken, en de gele keelvlek werden gelezen als aanwijzing voor werkzaamheid bij oogklachten. In Schotland verhielp men oogaandoeningen door in melk gekookte ogentroost met een veer op de ogen aan te brengen. Rembert Dodoens (1517 tot 1585) noemde de plant “Cleeroogje” en prees wijn van ogentroost aan om het zicht te verbeteren en te versterken, met name bij ouderen, en om het geheugen te verbeteren. Ogentroost was ook een van de eerste kruiden waarvan Hahnemann, de grondlegger van de homeopathie, een geneesmiddelbeeld opstelde: in hoge dosering irriteert het de ogen, in kleine dosering werkt het helend.

Typologie

Euphrasia stricta past bij een type mens dat scherp waarneemt maar zichzelf klein houdt. De plant is halfparasitair: zij maakt eigen bladgroen, maar hecht zich met zuigwortels aan de wortels van klaver, weegbree en grassen. Dat weerspiegelt een type dat functioneert in verbinding met anderen en de grens tussen zichzelf en de omgeving niet scherp trekt, met afhankelijkheid en te veel opnemen van buitenaf als valkuil. Het thema van de plant is helder zien: het type neemt veel en vaak te veel prikkels op, raakt daardoor overgevoelig en reageert met waterige afscheiding, tranen en irritatie. De plantwerking is samentrekkend en indrogend, niet stimulerend, en sluit aan bij een type dat begrenzing en indikking nodig heeft in plaats van meer aanvoer. Deze typologie is niet ontleend aan de bronmonografie maar aan de signatuur en de farmacologische werkrichting van de plant.

Volledige toegang

De volledige kruidenmonografie

Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.

€39

12 maanden toegang, geen automatische verlenging

  • Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
  • Medicinale indicaties, dosering en combinaties
  • Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
  • Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden