Kruidenbestand

Echte valeriaan

Valeriana officinalis

Echte valeriaan botanische illustratie

"Valeriana" gaat vermoedelijk terug op het Latijnse "valere", dat "gezond zijn", "sterk zijn" of "zich goed voelen" betekent. Andere verklaringen leiden de naam af van "Valeria", een streek in het oude Pannonia waar de plant vandaan zou komen, van de Romeinse keizer Licinius Valerianus, die de plant als geneesmiddel zou hebben gebruikt, of van "validus", dat "sterk" en "krachtig" betekent...

Naam en etymologie

“Valeriana” gaat vermoedelijk terug op het Latijnse “valere”, dat “gezond zijn”, “sterk zijn” of “zich goed voelen” betekent. Andere verklaringen leiden de naam af van “Valeria”, een streek in het oude Pannonia waar de plant vandaan zou komen, van de Romeinse keizer Licinius Valerianus, die de plant als geneesmiddel zou hebben gebruikt, of van “validus”, dat “sterk” en “krachtig” betekent en verwijst naar de uitgesproken werking van de wortel.

“Officinalis” betekent “uit de apothekerswerkplaats” en duidt op de vroegere aanwending in de geneeskunde. De verwijzing naar de kat in namen als “kattekruid”, “cat’s valerian” en “herbe aux chats” komt voort uit de voorliefde van katten voor de geur van de gedroogde wortel, die de mens juist als onaangenaam ervaart (“stinkkruid”). De Duitse naam “Baldrian” wordt afgeleid van de Germaanse god Balder.

Culinair gebruik

Valeriaanolie fungeert soms als smaakmaker voor bieren, likeuren, vruchtendranken, tabak, banketproducten, ijs en snoep.

In Azië, waar de geur meer gewaardeerd wordt, wordt valeriaanolie van Valeriana wallichii toegevoegd aan parfums en smeersels.

Echte valeriaan wordt veel gekweekt in Midden- en Oost-Europa voor medicinale doeleinden. Soms worden valepotriaten uit de wortel geïsoleerd; deze stoffen hebben eerder een psychostimulerende werking. De wortel dient ook als lokaas voor wilde katten, ratten en knaagdieren.

Geschiedenis

Echte valeriaan bouwde door de eeuwen heen een reputatie op als kalmerend en ontspannend middel. In de oudheid werd de wortel bij slapeloosheid aanbevolen door Hippocrates (460 v.C. tot 377 v.C.) en Galenus (131 tot 201 n.C.). Dioscorides (40 tot 90 n.C.) gebruikte de naam “phu” voor het kruid, een verwijzing naar de onaangename geur, en raadde het aan bij hartkloppingen, spijsverteringsproblemen, epilepsie en urineweginfecties; daarnaast bestonden toepassingen als hoestdrank, bij geïnfecteerde wonden, ter verbetering van het gezichtsvermogen en in parfums. In de Middeleeuwen werd valeriaan onder meer bij epilepsie ingezet, in de Angelsaksische periode bij overprikkeling. Culpeper (1616 tot 1654) raadde het aan om de maandstonden te laten doorbreken. Indianen gebruikten een inheemse valeriaansoort om snijwonden en kwetsuren te genezen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de wortel gegeven bij “shellshock” en oorlogsneurosen aan het front, tijdens de Tweede Wereldoorlog om burgers na luchtaanvallen te kalmeren. In de traditionele Chinese geneeskunde en in de Ayurveda worden de verwante soorten Valeriana fauriei en Valeriana wallichii gebruikt als kalmerend, krampwerend en antidepressief kruid. In de volksgeneeskunde bleven als voornaamste toepassingen over: nervositeit, rusteloosheid, slapeloosheid, angst, hysterie, spanningshoofdpijn, menstruatiekrampen, nerveuze maag, spastisch colon en hoge bloeddruk. De geur van de gedroogde wortel, waarbij isovaleriaanzuur en actinidine vrijkomen, trekt katten en ratten aan; de wortel werd daarom als lokaas gebruikt. Volgens de legende droeg de Rattenvanger van Hamelen valeriaanwortel in zijn zakken.

Typologie

Valeriana officinalis past bij een type mens dat van binnen voortdurend in beweging is terwijl de buitenkant beheerst oogt. De plant wortelt in vochtige, voedselrijke grond en schiet vandaaruit een rechte stengel tot ver boven de omringende vegetatie: veel bovengrondse activiteit, gedragen door een korte, compacte wortelkluit. Dit type toont hetzelfde patroon: hoge mentale activiteit, een geest die ’s nachts blijft doorwerken, spanning in nek en schouders, terwijl het contact met de eigen basis zwak is. De verse wortel ruikt nauwelijks en ontwikkelt zijn karakteristieke geur pas na drogen; ook dit type laat zijn onrust pas merken wanneer de spanning al langer bestaat. Katten zoeken de geur op, mensen wijken ervoor terug: valeriaan raakt aan het instinctieve, aan wat onder het beheerste oppervlak ligt. Het kruid past niet bij snelle onderdrukking maar bij herhaalde, geduldige toediening, net zoals dit type zijn spanningspatroon niet in één keer loslaat.

Volledige toegang

De volledige kruidenmonografie

Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.

€39

12 maanden toegang, geen automatische verlenging

  • Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
  • Medicinale indicaties, dosering en combinaties
  • Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
  • Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden