Kruidenbestand
Stinkende gouwe
Chelidonium majus
Familie Papaveraceae
"Chelidonium" is mogelijk afkomstig van het Griekse woord voor zwaluw ("chelidon"), een naam door Dioscorides gegeven omdat de bloei ervan begint bij de komst van de zwaluwen en stopt als de zwaluwen vertrekken. Anderen leggen het verband met zwaluwen omdat die de zaden van deze plant zouden geven aan hun blinde nestelingen om de ogen te openen. Volgens andere bronnen...
Naam en etymologie
“Chelidonium” is mogelijk afkomstig van het Griekse woord voor zwaluw (“chelidon”), een naam door Dioscorides gegeven omdat de bloei ervan begint bij de komst van de zwaluwen en stopt als de zwaluwen vertrekken. Anderen leggen het verband met zwaluwen omdat die de zaden van deze plant zouden geven aan hun blinde nestelingen om de ogen te openen. Volgens andere bronnen is “Chelidonium” afgeleid van “Coeli donum” wat staat voor “hemels geschenk”. “Majus” wil zeggen “groot”. De volksnamen “Wratten”, “Wart”, “Verrues” en “Warzen” dankt de plant aan het feit dat het oranjegeel melksap wratten en likdoorns doet slinken.
Culinair gebruik
Chelidonium majus heeft geen culinaire toepassingen. De plant bevat isoquinolinealkaloïden die bij inname, ook in lage dosis, hepatotoxisch kunnen zijn. Het oranjegeel melksap is sterk irriterend voor slijmvliezen en huid.
Historisch werd het melksap als kleurstof gebruikt voor het verven van stoffen en wol. Bij sproeten werd het plantensap soms uitwendig aangewend als cosmetisch middel. Deze toepassingen vallen buiten culinair gebruik en worden niet aangeraden vanwege het risico op contactdermatitis.
Geschiedenis
In de Oudheid beschouwden de heelmeesters stinkende gouwe als een goed middel tegen oogziekten; Dioscorides (40, 90 n.C.) gebruikte het gele sap van de zwaluwen als middel om blindheid te behandelen. Grieken gebruikten stinkende gouwe ook om krampen van de inggewanden te verlichten. In de Middeleeuwen stond de plant hoog in aanzien bij de alchemisten. Naast toepassing op de ogen werd het meer en meer aangewend bij lever- en galzwalen in de volksgeneeskunde. Paracelsus (1493, 1541) gebruikte het oranjegele melksaap als model; het werd ingezet bij een verhitte lever. Culpeper (1616, 1654) noemde het een geneesmiddel voor de ogen. Het melksap werd ook gebruikt om het hoornvlies van het oog te verhelderen. Josselyn (1672) sprak van “Kennig wort” waarbij kennis een wastige vlek op het oog aanduidt. Weiss wijst op de ontkrampende werking van het alkaloïde chelidonine op de galwegen en de bronchiën.
Typologie
Chelidonium majus past bij een type mens met een intense, snelle, brandende energie die moeilijk te reguleren is. Zoals de plant groeit op ruderale terreinen, langs muren en hagen, in de buurt van menselijke nederzettingen, in vochtige ruigten en langs oevers, zo functioneert dit type in menselijke nabijheid maar met een sterke eigen, soms bijtende aanwezigheid. Het giftige, oranjegele melksap weerspiegelt een constitutie die snel reageert, felle reflexen heeft en scherp is in haar reactie op prikkels van buitenaf. De typische werking op lever, gal en slijmvliezen wijst op een type dat gevoelig is voor stagnatie in de hepatobiliaire as en gebaat is bij krachtige galstimulantia die stuwing oplossen. De gele kleur van het sap verwijst naar de galwerking.
Volledige toegang
De volledige kruidenmonografie
Krijg eenmalig toegang tot de medicinale eigenschappen, indicaties, dosering, combinaties, natuurkwaliteiten, contra-indicaties en geraadpleegde bronnen. Elk kruidenbestand is fytotherapeutisch onderbouwd en samengesteld met aandacht voor traditie en typologie.
€39
12 maanden toegang, geen automatische verlenging
- Toegang tot alle kruidenbestanden, volledig
- Medicinale indicaties, dosering en combinaties
- Natuurkwaliteiten en pharmacognostische onderbouwing
- Doorlopend uitgebreid met nieuwe kruiden